tijdlijn
bouwnieuws
ontwerp
geschiedenis
stadspaleis
toplocatie
17de-eeuws interieur
exotische inrichting
brand
museum
vragen

print

Brand en wederopbouw

Na de dood van Johan Maurits in 1679 kwam het Mauritshuis in het bezit van zijn grootste geldschieter, de familie Maes.
Deze zou het huis vervolgens verhuren aan de overheid.

In 1704 voltrok zich een ramp: er brak brand uit en het hele interieur ging in vlammen op. Waarschijnlijk was een dronken bediende onvoorzichtig geweest met vuur.

Gelukkig werd besloten tot renovatie. De Staat, die als huurder mede verantwoordelijk was, schreef een loterij uit om de benodigde gelden in te zamelen. Met horten en stoten werd er tussen 1708 en 1718 gewerkt aan het herstel. De indeling van het gebouw bleef ongewijzigd, maar de afwerking en inrichting werden aangepast aan de 18de-eeuwse smaak.

De grote zaal op de benedenverdieping – de Gouden Zaal – kreeg een rijke versiering in een late Lodewijk XIV-stijl met veel vergulde decoraties. Ook werden de wanden en het plafond versierd met allegorische voorstellingen. Ze werden geschilderd door Giovanni Antonio Pellegrini, een Venetiaanse kunstenaar die op dat moment toevallig in Den Haag verbleef op zoek naar opdrachten.


classicistisch stadspaleis
toplocatie
17de-eeuws interieur
exotische inrichting
museum