Italianisanten
Italië had een grote aantrekkingskracht op de Hollandse en Vlaamse kunstenaars. Al sinds de 16de eeuw trokken zij naar het zuiden. Ze bestudeerden er de overblijfselen van de oudheid, die daar nog volop te zien waren. Maar ook de Italiaanse kunst van de Renaissance ontging hen niet.
De 17de-eeuwse kunstenaars zagen vooral de schilderkunstige mogelijkheden van het zonnige Italiaanse landschap. Ze ontwikkelden zich tot ware meesters in het weergeven van het zuidelijke licht. Hun landschappen zijn vaak bevolkt met kleurige herders en herderinnen, soms ook met bijbelse of mythologische figuren.
De herinnering aan het zonovergoten land namen deze ‘Italianisanten’ mee terug naar het noorden, waar zij Italiaanse landschappen bleven schilderen. Zo kreeg de Hollandse landschapsschilderkunst van die tijd een mediterrane tegenhanger van schilders als Jan Both, Nicolaes Berchem, Jan Baptist Weenix en Karel du Jardin.
|