print

| Hier is een historische gebeurtenis voorgesteld, die zich afspeelde in 1691. Willem III, stadhouder van de Nederlandse Republiek en koning van Engeland stond toen na een driejarig verblijf overzee weer op Hollandse bodem. Het was hartje winter, maar de Koning-Stadhouder wilde perse een conferentie in Den Haag bijwonen van de Nederlandse, Duitse en Engelse bondgenoten tegen de machtige gezamenlijke vijand Frankrijk. Door ijsgang bij de monding van de Maas kon de sloep de kust niet bereiken. Pas na urenlang zoeken, lukte het aan wal te komen bij de Oranjepolder.
De marineschilder Bakhuizen plaatste Willem III centraal in de compositie, hoog op een witte schimmel, waardoor hij meteen te herkennen is als vorst. De Koning-Stadhouder wordt vergezeld door zijn vertrouweling Willem Bentinck, graaf van Portland. Ze worden gevolgd door de Engelse lijfwacht, de Blauwrokken. Rechts worden zij verwelkomd door Hollandse notabelen, links wordt de Koninklijke sloep uitgeladen. Op de achtergrond is de vestingstad Brielle te herkennen.
|
|
 |
| |
kunstenaar
Ludolf
Ba(c)khuysen |
titel
De aankomst van koning-stadhouder Willem
III (1650-1702) in de Oranjepolder op 31
januari 1691 |
datering
1692 |
materiaal
doek |
afmetingen
53.5 x 67.5 cm |
|
|
| |
|
‘Waar-agtig relaas’
De stuurman van het koninklijke jacht Symon Jansz Hartevelt schreef een verslag van de overtocht van Engeland naar Nederland, die niet zonder gevaren is geweest. Hij aarzelde daarbij niet om zichzelf een heldhaftige rol toe te delen.
In januari 1691 vond in Den Haag de internationale bijeenkomst plaats, waar Willem III perse bij wilde zijn. De winter was geen geschikte periode voor een zeereis, maar Willem III zette door. Het werd een barre tocht van zes dagen. Toen ze na vier dagen bij de monding van de Maas aankwamen, konden de schepen de kust niet bereiken, vanwege de zware ijsgang en een zeer dichte mist. Willem III besloot om in roeiboten de kust te zoeken. Maar het ijs was zo dik, dat ze nergens aan land konden komen. De dappere stuurman wist springend van ijsschots tot ijsschots aan wal te komen en kon hulp halen. Al met al heeft de koning wel 17 uur in een open sloep in de kou moeten doorbrengen, maar hij was – volgens het ‘waar-agtig’ relaas - ‘gants niet verdrietig geweest’.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|