Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Geschiedenis van het gebouw

Het Mauritshuis in Den Haag werd in de 17de eeuw als woonhuis gebouwd voor graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen. Later kreeg het verschillende andere functies, maar sinds 1822 is het in gebruik als museum.

Mauritshuis aan de Hofvijver

In 2012-2014 werd het gebouw grondig gerestaureerd en uitgebreid. Sinds die tijd is het 17de-eeuwse pand via een ondergrondse foyer verbonden met de hoek van Sociëteit De Witte aan de overkant van de straat. Zo werd het museum in oppervlak verdubbeld en kan het weer voldoen aan de wensen van de moderne museumbezoeker.

Een imposant woonhuis

Johan Maurits liet een imposant woonhuis bouwen op een prominente locatie in het hart van Den Haag. De bouw vond plaats terwijl hij zelf in Brazilië verbleef waar hij namens de West-Indische Compagnie (WIC) gouverneur van de Hollandse kolonie was. Toen hij in 1644 terugkeerde in Den Haag nam hij zijn intrek in het Mauritshuis. Maar al in 1647 vertrok hij naar Duitsland om stadhouder van Kleef te worden.

Pieter Post, Voorgevel van het Mauritshuis, 1652. Uit Post 1652, nr. 3. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek (128 A 34)

Suikerpaleis

Het Mauritshuis werd door sommigen ook wel spottend het Suikerpaleis genoemd. Daarmee werd niet alleen verwezen naar de lichtgekleurde, natuurstenen gevels van het gebouw, maar ook naar de herkomst van Johan Maurits’ inkomsten. In Brazilië verdiende hij veel geld voor de West-Indische Compagnie, en voor zichzelf, met de handel in rietsuiker. De productie daarvan was mogelijk door de inzet van slaafgemaakte mannen en vrouwen uit Afrika. Johan Maurits kon zijn woonhuis in Den Haag dus niet alleen dankzij rietsuiker laten bouwen, maar ook dankzij slavernij.

Jacob van Campen


Pieter Post, Doorsnede van het Mauritshuis, 1652. Uit Post 1652, nr. 5a. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

Pieter Post, Doorsnede van het Mauritshuis, 1652. Uit Post 1652, nr. 5a. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

Johan Maurits liet zijn woonhuis ontwerpen door de architect Jacob van Campen en diens assistent Pieter Post. Van Campen koos voor een ontwerp volgens het Hollands classicisme, een bouwstijl die zich laat kenmerken door de toepassing van elementen uit de klassieke bouwkunst, zoals zuilen, kapitelen, kroonlijsten en timpanen. 

Het Mauritshuis is een van de eerste en mooiste voorbeelden van deze stijl. Omdat het gebouw vrij staat, komt de symmetrie van de vier indrukwekkende natuurstenen gevels goed tot zijn recht. Later zou Van Campen furore maken met de nieuwbouw van het stadhuis van Amsterdam (het huidige Paleis op de Dam).


Een exotisch interieur

De oorspronkelijke inrichting van het Mauritshuis moet heel bijzonder zijn geweest. Er was gebruik gemaakt van tropisch hardhout en op de wanden waren fresco’s aangebracht met Braziliaanse landschappen. De grote zaal op de bovenverdieping stond vol met kunst en objecten die Johan Maurits uit Brazilië had meegenomen, zoals wapentuig en hoofdtooien, edelstenen, veren, schelpen en opgezette dieren. Er waren schilderijen te zien met Braziliaanse landschappen en exotische flora en fauna, die Johan Maurits door Albert Eckhout en Frans Post had laten schilderen. Twee van die schilderijen zijn nog steeds in het Mauritshuis te zien: Albert Eckhout, Studie van twee Braziliaanse schildpadden, c. 1640 en Frans Post, Gezicht op het eiland Itamaracà in Brazilië, 1637


Gouden Zaal - Oude kleuren

Noodlot

Na de dood van Johan Maurits werd het Mauritshuis door de Staten-Generaal in gebruik genomen als gastenverblijf. Kort voor Kerstmis 1704 sloeg echter het noodlot toe: door de onoplettendheid van een dronken bediende ontstond er een verwoestende brand. Blussen was moeilijk, omdat de Hofvijver bevroren was en uiteindelijk stonden alleen de zwartgeblakerde buitenmuren nog overeind. Gelukkig werd er besloten tot renovatie: tussen 1708 en 1718 werd met horten en stoten gewerkt aan de wederopbouw van het gebouw.

Na de herbouw werd het Mauritshuis ingericht volgens de moderne smaak. Zo werd op de benedenverdieping de Gouden Zaal versierd met vergulde decoraties in Lodewijk XIV-stijl. Op de wanden en het plafond van deze zaal werden allegorische voorstellingen aangebracht door de rondreizende Venetiaanse kunstenaar Giovanni Antonio Pellegrini, die op dat moment in Den Haag was.

Het Mauritshuis wordt museum

In 1822 werd het Mauritshuis een museum: het Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis. Het leek destijds bij lange na niet op het museum dat men vandaag de dag kan bezoeken, want de helft van het pand werd in beslag genomen door het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, het rariteitenkabinet. Pas in 1875 kwam het hele Mauritshuis vrij voor de van oorsprong koninklijke schilderijenverzameling.

Mauritshuis als museum

Een 17de-eeuws monument in een moderne wereld

In de loop van de 19de en 20ste eeuw groeide het Mauritshuis uit tot een museum dat jaarlijks vele bezoekers uit binnen- en buitenland trekt. Door het intensieve gebruik bleek uitbreiding noodzakelijk en in 1982 en 1987 vonden daarom kleinere verbouwingen plaats. In 2012 werd begonnen met een zeer ambitieus bouwproject dat twee jaar in beslag nam. Zowel interieur als exterieur van het monument werden tijdens deze verbouwing grondig onder handen genomen. Daarnaast kreeg het museum er flink wat ruimte bij: een ondergrondse foyer verbindt het oude gebouw met de 20ste-eeuwse hoek van Sociëteit De Witte, aan de overkant van de straat. Het Mauritshuis voldoet nu weer aan de eisen van de moderne museumbezoeker.

Deel deze pagina