Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Herkomst Saul en David

De herkomst van Saul en David is te herleiden tot 1830, toen het in Parijs verkocht werd uit de verzameling van de Hertog van Caraman als een schilderij van Rembrandt.

Het bleef in Parijs, werd een paar maal doorverkocht op veilingen, tot het in 1869 bij de kunsthandelaar Durand-Ruel terecht kwam. Het ging vervolgens weer van collectie naar collectie, totdat het van 1891 tot 1898 weer terug was bij Durand-Ruel. Blijkbaar ondervond de handelaar moeilijkheden het schilderij te verkopen, wat mogelijk te maken had met het feit dat de grote Rembrandtkenner Wilhelm von Bode zijn twijfels over de authenticiteit van het kunstwerk had geuit tijdens een tentoonstelling in 1876. In zijn zoektocht naar een koper nam Durand-Ruel het schilderij zelfs mee naar de Verenigde Staten, waar het tentoongesteld werd in New York en Chicago in 1893.

In 1898 schitterde Saul en David op de grote Rembrandttentoonstelling in Amsterdam. De directeur van het Mauritshuis, Abraham Bredius, was direct verkocht en schafte het schilderij met eigen middelen aan voor een torenhoog bedrag. Voor hem bestond er geen twijfel dat het hier om een van de belangrijkste schilderijen van Rembrandt ging.

Saul en David werd een van Rembrandts meest bewonderde werken. En dat was vooral te danken aan Bredius, die een heel persoonlijke band lijkt te hebben gehad met het schilderij. Als muziekliefhebber voelde hij zich emotioneel betrokken bij het onderwerp en identificeerde hij zich met de figuur van Saul. Nadat hij het schilderij had gekocht gaf hij het in bruikleen aan het Mauritshuis en lanceerde hij een succesvolle perscampagne, waarin hij zelfs beweerde dat hij zijn koets met vierspan had moeten verkopen om de aankoop te financieren. Het schilderij veroverde de harten van het publiek en rijke Amerikanen boden veel geld om het te kopen – tevergeefs. Toen hij in 1946 stierf, liet Bredius het schilderij na aan het Mauritshuis.

Waardering 

De omslag kwam in 1969, toen Horst Gerson het schilderij afschreef als een Rembrandt met een alles ondermijnend commentaar: ‘Vanaf het moment dat dit beroemde schilderij, dat geen oude geschiedenis heeft, verworven was door A. Bredius in 1898 om tentoon te stellen in het Mauritshuis, is het geprezen als een van Rembrandts grootste en meest persoonlijke interpretaties van Bijbelse geschiedenis. (…) Ik vrees dat het enthousiasme veel te maken heeft met een voorkeur voor Bijbelse schilderkunst van een soort dat vooral het Nederlandse publiek van de generatie van Jozef Israëls aansprak, eerder dan met de intrinsieke kwaliteit van het schilderij zelf.’ 

Dit oordeel moet op zijn minst ten dele te wijten zijn geweest aan de conditie van het schilderij. Hoewel de drager stevig in elkaar zat, zag de verflaag er niet goed uit door slijtage. De twee figuren waren relatief goed bewaard gebleven, hoewel op sommige plekken wat sleets. Het schilderij was in 1899–1900 in Berlijn gerestaureerd door Alois Hauser, die het aangezette stuk rechtsboven een donkere toon had gegeven en het gordijn gedeeltelijk had overschilderd. De opvallende verticale naad en het aangezette stuk ontsierden de voorstelling. De verf was overal vlak geworden en de oude vernis was vergeeld en gecraqueleerd.

Verschillende eminente wetenschappers, zoals Jakob Rosenberg, bekritiseerden Gersons afwijzing van het schilderij. In 1978 publiceerden A.B. de Vries (voormalig directeur van het Mauritshuis), M. Tóth-Ubbens en W. Froentjes een boek getiteld Rembrandt in the Mauritshuis, waarin zij beargumenteerden dat de stilistische inconsequenties van het schilderij verklaard kunnen worden door het feit dat Rembrandt Saul en David in twee fasen schilderde, in de midden jaren 1650 en de midden jaren 1660. Maar andere wetenschappers waren ervan overtuigd dat het schilderij te zwak was om een Rembrandt te zijn. Henry Adams suggereerde in 1984 een toeschrijving aan Karel van de Pluym (1625–1672). Christiaan Tümpel stelde voor dat een onbekende Rembrandtleerling het werk had geschilderd. In 1993 dacht Ben Broos aan Willem Drost (1633–1659) als mogelijke maker, maar Jonathan Bikker wees deze toeschrijving vervolgens af. 

Vorig jaar publiceerde Ernst van de Wetering het schilderij echter als een werk dat helemaal door Rembrandt is uitgevoerd, omstreeks 1646 en rond 1652. Het volledig toeschrijven van Saul en David aan Rembrandt is ook de conclusie van acht jaar onderzoek door een groot team van internationale experts onder leiding van het Mauritshuis.

Deel deze pagina