Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Steen & Jordaens: Zoals de ouden zongen…

11 juli 2017 - 14 januari 2018

In het Mauritshuis vindt u tijdelijk niet één, maar twee voorstellingen van het spreekwoord Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen. Ons grote schilderij van Jan Steen heeft namelijk gezelschap van een schilderij van Jacob Jordaens, een bruikleen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Een mooie gelegenheid om deze twee vrolijke schilderijen eens met elkaar te vergelijken en te ontdekken hoe twee verschillende kunstenaars dit onderwerp aanpakten.

Jacob Jordaens’ Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen

Op het eerste gezicht lijkt het of Jacob Jordaens het spreekwoord op zijn schilderij heel letterlijk in beeld heeft gebracht. Drie generaties van een familie musiceren onder leiding van de grootvader. Een jongetje speelt op zijn blokfluit en het kind op schoot blaast op het fluitje van zijn rammelaar. Achter de tafel blaast de vader op zijn doedelzak zijn wangen bol. Voor alle duidelijkheid voegde Jordaens de spreuk zelf als een opschrift aan de voorstelling toe: Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen

Maar wie goed kijkt ontdekt een dubbele boodschap. Zo was de doedelzak een instrument van het laagste allooi dat bij uitstek negatieve associaties kon oproepen.

Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Doek, 128 x 192 cm. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen Jacob Jordaens, Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Het gevederde hoedje van de moeder geeft haar een wat lichtzinnig karakter, veren werden in de zeventiende eeuw geassocieerd met ijdelheid. Deze volwassenen zijn niet in staat het goede voorbeeld te geven, maar worden door hun kinderen toch ijverig ‘na-gepijpt’ op hun fluitjes.

Jan Steens Soo voer gesongen, soo na gepepen

Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c. 1668 - 1670

Jan Steen, Soo voer gesongen, soo na gepepen, c. 1668 - 1670. Mauritshuis.

Toen Jan Steen eind jaren 1660 hetzelfde spreekwoord schilderde, nam hij het idee van de drie generaties over van zijn Vlaamse voorganger. Ook heeft hij diverse motieven aan hem ontleend: de moeder met het kind op schoot, de doedelzakspeler en de zingende grootmoeder met het knijpbrilletje op haar neus. Maar waar bij Jordaens het gezelschap rond de tafel nog enigszins beschaafd oogt, gaat het er bij Steen veel losbandiger aan toe.

De familie is samengekomen rond een tafel waar een moeder met een klein kind op schoot in het hart van de voorstelling zit. Scheef op het hoofd van de lachende oude man prijkt een kraamherenmuts, het hoofddeksel dat traditioneel door de vader wordt gedragen tijdens de doop van een kind. Maar het kind is te oud om een dopeling te zijn en de man heeft niet meer de leeftijd van een nieuwbakken vader. Hier is een soort wereld op zijn kop te zien, zoals ook blijkt uit het gedrag van de ouderen.

Onbeschaamd geven de volwassenen hun slechte gewoontes door aan de jeugd. Links laat een onderuitgezakte vrouw met een halfopen bloesje zich haar wijnglas nog eens volschenken. De lachende man rechts – Steen zelf –  spot met zijn vaderlijke plichten door zijn zoontje te leren roken; zo wordt het na-pijpen letterlijk in beeld gebracht. Links in de hoek zit een papegaai op een stok, net als de jeugd een echte naprater. 

Waarschuwing

Het spreekwoord dat op deze kleurrijke schilderijen van Jordaens en Steen is weergegeven waarschuwt tegen de gevolgen van een slechte opvoeding, maar kan ook nog op een andere manier worden uitgelegd. Jacob Cats, die in 1632 een spreekwoordenboek publiceerde, bracht 'Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen' samen met verwante spreekwoorden onder het hoofdstuk '`t Wil al muysen wat van katten komt'. Ofwel: zoals een kat naar zijn aard op muizen jaagt, zo is de menselijke natuur aangeboren en onveranderlijk. 

In dat licht zou de opvoeding irrelevant zijn voor de ontwikkeling van een kind. Het kooitje met mee-piepende vogeltjes aan de wand bij Steen wijst misschien ook in die richting, want 'elk vogeltje zingt zoals het gebekt is'. Dan maakt het niet meer uit of volwassenen het goede voorbeeld geven aan de jeugd of niet.

detail vogels, Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail mee-piepende vogeltjes: Jan Steen, Soo voer gesongen, soo na gepepen, c. 1668 - 1670. Mauritshuis.

Kijken en vergelijken

Detail met grootmoeder, Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Detail grootmoeder bij Jordaens

De Grootmoeder
De gelijkenis tussen de zingende grootmoeders is opvallend. Een knijpbrilletje op haar neus, haar aandacht gevestigd op het blad in haar hand. Het is erg waarschijnlijk dat Steen de voorstelling van Jordaens goed kende via een prent die Jordaens ervan had laten maken.

detail grootmoeder, Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail grootmoeder bij Steen

detail vrouw. Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Detail moeder bij Jordaens

De onzedige vrouw
Een open decolleté, een volgeschonken glas. De dame links op het schilderij van Jan Steen is niet bepaald het beste voorbeeld voor de kinderen. De stoof met gloeiende kooltjes onder haar rokken gaf haar wellicht zelfs een erotische lading.
Maar laat u zich ook vooral niet misleiden door de keurige moeder op het schilderij van Jordaens. De veren op haar hoedje werden in de zeventiende eeuw geassocieerd met ijdelheid.

Detail vrouw, Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail dame bij Steen

 

Detail met doedelzak, Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Detail doedelzak bij Jordaens

De doedelzak
In beide voorstellingen wordt de doedelzak bespeeld. Dat is niet voor niets, het instrument (indertijd ook wel ‘lullepijp’ genoemd) werd bij uitstek in verband gebracht met de lagere sociale klasse en had een negatieve bijklank.
detail doedelzak, Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail doedelzak bij Steen

detail vader, Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Detail vader bij Jordaens

De vader
Bij Jordaens maakt de vader als bespeler van de doedelzak geen beste indruk. Maar de vader op het schilderij van Steen (Jan Steen zelf) maakt het nog bonter. Schaterend leert hij zijn zoontje de pijp te roken. Dat Steen zichzelf deze rol laat spelen, getuigt van een zelfspot die de voorstelling extra grappig maakt.

 

detail vader,  Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail vader bij Steen

detail met hond, Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Detail hond bij Jordaens

Hond
Op beide voorstellingen zorgt een hond voor extra levendigheid. Maar waar het dier bij Jordaens onderdeel is van de voorstelling - hij spitst aandachtig zijn oren en luistert naar het gezang van de familie - is de rol van de hond op de voorgrond bij Jan Steen niet helemaal duidelijk. Hij richt zijn aandacht niet op de familie maar op iets buiten de voorstelling.

detail hond, Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail hond bij Steen

detail spreekwoord, Jacob Jordaens, ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’, 1638. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Detail spreekwoord bij Jordaens

detail spreekwoord, Jan Steen, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’, c.1668-1670. Mauritshuis.

Detail spreekwoord bij Steen

Het spreekwoord
Voor alle duidelijkheid voegde Jordaens de spreuk als een opschrift aan de voorstelling toe: ‘Soo d’ouden songen, soo pepen de jongen’ staat er op de cartouche bovenin.
Ook Jan Steen laat de spreuk terugkomen in zijn voorstelling, namelijk in het blad dat de grootmoeder in haar hand heeft. ‘Soo voer gesongen, zo na gepepen’, wijst zij met haar vinger aan.

 

Zuiderburen

Beter een goede buur dan een verre vriend. De tweede helft van 2017 ontvangt het Mauritshuis kunstwerken van Vlaamse Meesters als Jordaens, Van der Weyden, Rubens en Van Dyck in tijdelijk bruikleen uit de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA).

Steen & Jordaens: Zoals de ouden zongen… is de eerste tentoonstelling van deze serie. Van 7 september 2017 tot en met 14 januari 2018 vertelt het Mauritshuis het verhaal van de Vlaamse portretkunst in de tentoonstelling Zuiderburen: Portretten uit Vlaanderen 1400-1700.

Blijf op de hoogte