Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Zuiderburen: Portretten uit Vlaanderen 1400-1700

7 september 2017 - 14 januari 2018

Beter een goede buur dan een verre vriend. In het najaar van 2017 vertelt het Mauritshuis het verhaal van de Vlaamse portretkunst aan de hand van een keuze uit de beste Vlaamse portretten van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA).

In de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) zijn tussen 1400 en 1700 prachtige portretten geschilderd. Edellieden en rijke burgers lieten zich graag vereeuwigen door de beste Vlaamse kunstenaars van hun tijd. Deze portretten maken nog altijd grote indruk. Ze zijn vaak zo geraffineerd geschilderd door onze zuiderburen dat ze ook na al die eeuwen nog springlevend lijken.

De tentoonstelling toont belangrijke werken van Rogier van der Weyden, Hans Memling, Pieter Pourbus, Peter Paul Rubens en Anthony van Dyck. Bijzonder is dat bijna alle geportretteerden geïdentificeerd kunnen worden. Zo leert de bezoeker niet alleen de kunstenaars kennen, maar ook de personen die zij hebben geportretteerd. 

Speciaal voor deze tentoonstelling werd het bijzondere portret van Abraham Grapheus door de Antwerpse portretschilder Cornelis de Vos gerestaureerd. In het Mauritshuis is het voor het eerst weer in volle glorie te zien.

Even voorstellen

Wie waren die zuiderburen, nu op bezoek in het Mauritshuis? Hier stellen we alvast een paar interessante gasten voor.

Portret van Philippe de Croy door Rogier van der Weyden

Rogier van der Weyden

De edelman Philippe de Croy (1434–1482) was volgens een eigentijdse geschiedschrijver slim, welbespraakt en diplomatiek. Hierdoor verwierf hij al jong een vooraanstaande positie aan het hof van de hertog van Bourgondië. Gedurende zijn loopbaan toonde hij zich een rasopportunist, die zonder scrupules de kant van de tegenpartij koos wanneer hem dat beter uitkwam. 

Hij liet rond 1460 zijn portret schilderen door Rogier van der Weyden. Deze schilder was bijzonder geliefd aan het Bourgondische hof, omdat hij zijn modellen zowel levensecht als voornaam wist weer te geven. Het wekt dan ook geen verbazing dat de jonge en ambitieuze Philippe – hij is hier midden twintig – juist voor Rogier heeft gekozen. Met zijn hoekige gezicht, langgerekte neus en geprononceerde adamsappel is hij herkenbaar en tegelijkertijd gestileerd in beeld gebracht.

Hij maakt een biddend gebaar; zijn handen met de lange, dunne vingers spelen een prominente rol. Oorspronkelijk richtte Philippe zijn gebed tot Maria met het Christuskind, die stonden afgebeeld op de linkervleugel van het tweeluik waartoe dit paneel ooit behoorde. 

Rogier van der Weyden, Portret van Philippe de Croy, c. 1460.
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
© KMSKA/Lukas – Art in Flanders VZW, foto: Hugo Maertens

Epitaaf van Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez door Peter Paul Rubens

Niet iedereen liep met zijn status te koop. De schatrijke Nicolaas Rockox (1560–1640) was in zijn tijd de machtigste man van Antwerpen. Toch liet hij zich samen met zijn vrouw Adriana Perez (1568–1619) opvallend sober portretteren.

Peter Paul Rubens schilderde hen op de zijluiken van een triptiek. Nicolaas kijkt op uit zijn gebedenboek, met de vinger nog tussen de pagina’s van zijn laatste gebed, terwijl Adriana één van de kralen van haar gebedssnoer vasthoudt.

Epitaaf van Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez door Peter Paul Rubens

Peter Paul Rubens, Epitaaf van Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez, 1613-1615
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
© KMSKA/Lukas – Art in Flanders VZW, foto: Rik Klein Gotink

Het middenpaneel, waar Christus zijn kruiswonden toont aan drie discipelen, laat als het ware zien wat het paar tijdens het gebed spiritueel ervaart. Dat hun vroomheid hier voorop staat, heeft te maken met de functie van het drieluik als epitaaf – een gedenkteken voor een overledene dat in de buurt van het graf werd geplaatst. Rubens schilderde het in 1613–1615, toen het kinderloze echtpaar nog in het volle leven stond. Maar in 1619 overleed Adriana vrij plotseling en hoewel hij haar twee decennia overleefde, is Nicolaas nooit hertrouwd. Na zijn dood werd hij bijgezet in haar graf. Het drieluik hing daar vlak naast, zodat het gebed van het echtpaar ook na hun dood bleef voortduren.

Portret van Abraham Grapheus door Cornelis de Vos

Meestal werden portretten geschilderd in opdracht van de geportretteerde of diens familie. In het geval van Abraham Grapheus kwam het idee van de schilder Cornelis de Vos. Hij schonk het portret in 1620 aan de gildekamer van het Antwerpse Sint-Lucasgilde, toen hij daarvan deken (hoofdbestuurder) was. Met zijn karaktervolle kop was de oude Grapheus een bekend gezicht in het Antwerpse schildersmilieu. Als ‘knaep’ (een soort huismeester) zorgde hij voor het dagelijkse reilen en zeilen van het Sint-Lucasgilde. Tot zijn vele taken behoorde ook het organiseren van de gildefeesten.

De Vos heeft Grapheus afgebeeld zoals hij hem bij dergelijke feesten vaak moet hebben meegemaakt. Met een schort om zijn middel en een schenkkan in de hand kijk hij streng naar iets dat zich buiten het beeldvlak afspeelt, klaar om in te grijpen. De versierselen op zijn borst zijn zogenoemde breuken: zilveren draagtekens in de vorm van een schild die toebehoorden aan het gilde. 

Dit bijzondere portret werd speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd. Na het verwijderen van de sterk verdonkerde vernis kwam de oorspronkelijke verflaag vrijwel geheel intact tevoorschijn. Hierdoor is nu weer goed is te zien hoe virtuoos het portret is geschilderd.

Cornelis de Vos

Cornelis de Vos, Portret van Abraham Grapheus, 1620
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
© KMSKA/Lukas – Art in Flanders VZW, foto: Rik Klein Gotink

Met dank aan

De tentoonstelling Zuiderburen: Portretten uit Vlaanderen 1400–1700 kwam tot stand in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) en werd mede mogelijk gemaakt door: Stichting Vrienden van het Mauritshuis, BankGiro Loterij en een bijdrage uit de nalatenschap van de heer G.A. den Hartog.

Deel deze pagina