Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Nieuwe aanwinst: Pieter Lastman - 'Prediking van Johannes de Doper'

Pieter Lastman (1583-1633) is tegenwoordig vooral bekend als de belangrijkste leermeester van Rembrandt. De Amsterdamse kunstenaar was in zijn tijd een van de belangrijkste schilders van historiestukken: schilderijen met verhalen uit de Bijbel, de klassieke oudheid of andere geschreven bronnen. Een aansprekend historiestuk van Lastman ontbrak in de collectie en stond al lang op het wensenlijstje van het museum. Met De prediking van Johannes de Doper uit 1627 is die wens nu in vervulling gegaan: het schilderij is uit Amerikaans bezit aangekocht door de Vrienden van het Mauritshuis, met steun van de heer H.B. van der Ven.


Pieter Lastman, De prediking van Johannes de Doper
Pieter Lastman, Amsterdam 1583-1633 Amsterdam, De prediking van Johannes de Doper, 1627, Paneel, 60 x 92 cm. Den Haag, Mauritshuis Verworven door de Vrienden van het Mauritshuis met steun een particulier, 2018

 

De eerste biografie over Rembrandt werd in 1641 geschreven door de Leidse burgemeester Jan Orlers. Daarin vertelt Orlers hoe de negentienjarige kunstenaar bij Pieter Lastman kwam werken ‘op dat hy door den selven vorder ende beter mocht geleert ende onderwesen worden’. Rembrandt was in zijn geboortestad Leiden in de leer geweest bij Jacob Isaacsz van Swanenburg, onder wiens toeziend oog hij helletaferelen en stadsgezichten maakte. Maar Rembrandts ambities lagen elders: hij wilde historieschilder worden.

Historiestukken werden beschouwd als het hoogst haalbare voor een schilder – je moest er immers niet alleen goed voor kunnen schilderen, maar ook het verhaal kunnen doorgronden en de emoties van de hoofdpersonen kunnen weergeven. Om zich daarin te bekwamen, ging Rembrandt in 1625-1626 in de leer bij Pieter Lastman in Amsterdam. Die was gespecialiseerd in historiestukken en had een voorkeur voor oudtestamentische verhalen die zelden of nooit werden uitgebeeld. Hoewel Lastman maar een half jaar de leermeester van Rembrandt is geweest, heeft hij een grote invloed gehad op diens ontwikkeling als schilder. In Rembrandts vroegste werken, zoals De steniging van de heilige Stefanus uit 1625 (Lyon, Musée des Beaux-Arts) en De doop van de kamerling uit 1626 (Utrecht, Museum Catharijneconvent), is die invloed al goed te zien in de grote hoeveelheid figuren, de krachtige belichting en het kleurrijke palet. Maar ook later zou Rembrandt nog regelmatig teruggrijpen op de wijze lessen van zijn leermeester.

De aanwinst

De prediking van Johannes de Doper is gesigneerd en 1627 gedateerd. De druk bevolkte voorstelling, de heldere belichting en het bonte kleurgebruik zijn typerend voor het type historiestuk dat Lastman schilderde in de periode dat Rembrandt bij hem in de leer was. Het schilderij stelt Johannes’ prediking in een landschap voor. Johannes de Doper kondigde in zijn preken de komst van Christus aan. Ook riep hij mensen op hun zonden te belijden en zich door hem te laten dopen in de Jordaan. De prediking van Johannes was al in de zestiende eeuw een geliefd thema onder kunstenaars, omdat het de mogelijkheid bood zowel figuren als een landschap uit te beelden.

Lastman legde in zijn interpretatie van het onderwerp de nadruk op de interactie tussen de profeet, die met zijn armen uitgespreid staat te preken, en diens toehoorders; het landschap speelt een ondergeschikte rol. Rondom Johannes heeft zich een bont gezelschap verzameld van mensen van alle leeftijden en rangen. Het merendeel kijkt naar hem op en luistert aandachtig. Eén van de drie jongetjes, die linksboven op een rotsblok zijn geklommen, maant zijn vriendjes tot stilte door zijn vinger voor zijn mond te houden. Enkele personen wenden zich echter van Johannes af en kijken ons recht aan, waardoor we direct bij de preek worden betrokken.

Volgens het boekje

De figuren zijn dicht opeen gepakt en overlappen elkaar. Toch werd de compositie door Lastman zorgvuldig opgebouwd. Hij deed dit geheel volgens het boekje, om preciezer te zijn volgens het Schilder-Boeck van Karel van Mander uit 1604. Daarin wordt uitgelegd hoe een goede compositie in elkaar moet zitten. Lastman plaatste bijvoorbeeld aan beide randen van de voorstelling een voorgrondfiguur om diepte te suggereren, zogenoemde repoussoirs: links een staande figuur in een opvallende, rode mantel en rechts een ruiter op een wit paard. De menigte is geheel volgens het voorschrift verzameld rond een scopus (middelpunt), hier is dat natuurlijk Johannes de Doper. In de details en in de figuren is sprake van copia (veelheid) en varietas (verscheidenheid).

Lastman vermeed eentonigheid door de figuren op verschillende niveaus te plaatsen, zoals een marktkoopman zijn waren zo aantrekkelijk mogelijk uitstalt. Door een uitgekiende lichtwerking creëerde hij nog meer diepte in de voorstelling. Zo staat Johannes de Doper zelf vol in het licht, maar zijn de figuren om hem heen geheel of gedeeltelijk in de schaduw geplaatst. De dieptewerking wordt versterkt doordat we over de hoofden van de toehoorders in de verte enkele donkere figuren te paard zien, die ook naar de preek komen luisteren. Lastman heeft hier duidelijk de adviezen uit het Schilder-Boeck van Van Mander in praktijk gebracht. Daarmee is overigens niet gezegd dat hij dit boek tijdens het schilderen ook daadwerkelijk in de hand hield. Het ging namelijk om trucjes die voor een ervaren historieschilder als Lastman gesneden koek waren.

De afgebeelde figuren vertonen een grote verscheidenheid aan houdingen en het lijkt erop dat Lastman vooral wilde laten zien dat hij in staat was om het menselijk lichaam in allerlei standen weer te geven. Een mooi voorbeeld daarvan is de halfnaakte man die we op de rug zien. Hij steunt op zijn rechter arm en heeft zijn linker been uitgestrekt; niet echt een comfortabele houding. Daarnaast besteedde Lastman veel aandacht aan de details van de kostuums. De tekenachtige manier waarop hij bijvoorbeeld de plooival van de gewaden uitwerkte, is kenmerkend voor zijn stijl.

Lastman bereidde zijn figuren steevast voor met tekeningen die hij soms hergebruikte. Voor de zittende vrouw met haar opvallende, paarse en roze omslagdoeken, rechts van het midden, gebruikte hij een studie die hij eerder maakte voor de figuur van Rachel in een andere Bijbelse voorstelling uit 1622. Het paard rechts is onmiskenbaar te klein uitgevallen, zeker in verhouding tot de grote oosterling op zijn rug. Vermoedelijk zijn deze onjuiste verhoudingen het gevolg van de combinatie van verschillende voorstudies die hij eerder had gemaakt. 

Een Lastman voor het Mauritshuis

Historiestukken uit de Hollandse Gouden Eeuw zijn over het algemeen redelijk goed vertegenwoordigd in het Mauritshuis. Dat geldt echter niet voor het werk van Lastman en de schilders uit zijn omgeving: een groep kunstenaars die de ‘pre-Rembrandtisten’ worden genoemd. Omdat Lastmans werk zo’n grote invloed op de jonge Rembrandt heeft uitgeoefend, en daarmee het begin markeert van een specifiek Amsterdamse traditie in de historieschilderkunst, heeft het Mauritshuis al langer een aansprekend werk van de schilder op het verlanglijstje staan.

Lastmans Opwekking van Lazarus (1622) werd weliswaar in 1875 aangekocht, maar is al meer dan een halve eeuw in langdurig bruikleen afgestaan aan Museum De Lakenhal in Leiden. Door de recente sluiting van dat museum vanwege een grote verbouwing, kwam het schilderij tijdelijk weer terug naar het Mauritshuis en is het in het atelier onderzocht en behandeld. Toen bleek eens te meer dat de kwaliteit en toestand van het schilderij niet voldoen aan de hoge standaard van het Mauritshuis. In 1987 kreeg het museum David geeft de brief aan Uria uit 1619 in langdurig bruikleen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hiermee beschikte het Mauritshuis eindelijk over een representatief schilderij van Rembrandts bekendste leermeester. Dat schilderij werd echter in 2006 teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar, de erven van Jacques Goudstikker. Hierdoor ontstond opnieuw een lacune in de collectie, die nu definitief kan worden opgevuld met deze prachtige aanwinst.

De prediking van Johannes de Doper is te zien in zaal 9.

Deel deze pagina