Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

In gesprek met Donna Tartt

In het najaar van 2019 gaat de verfilming van Donna Tartts roman The Goldfinch in première.
Onderstaand interview met Donna Tartt verscheen in het najaar van 2013 in Mauritshuis in focus, kort na de verschijning van het boek The Goldfinch.

Donna Tartt, schrijfster van The Goldfinch

'…als alle grootse schilderijen eigenlijk zelfportretten zijn' 

De zegetocht van Tartts derde boek begon met de presentatie van de Nederlandse editie in Amsterdam. Enkele weken later vond de lancering in Amerika zelf plaats, toevalligerwijs op precies dezelfde dag als de opening van de tentoonstelling met Mauritshuisschilderijen in The Frick Collection in New York – maar een paar straten bij Donna Tartts huis vandaan. Op de vooravond van haar Amerikaanse promotietournee stelden wij de schrijfster een paar vragen.

Hoe gaat u om met de grote verwachtingen die uw lezers van uw derde boek zouden kunnen hebben?

Toen ik mijn eerste boek schreef, De verborgen geschiedenis, verwachtte ik niet dat het zo’n grote schare lezers zou trekken. Het was een enorme verrassing waar ik heel blij mee was, maar elk boek staat op zichzelf. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik dat eerste boek moest evenaren. Ik vind het belangrijker dat ik mensen werkelijk raak, als individuen, dan dat ik zoveel mogelijk lezers trek. De lezer, daar draait het voor mij om. Een boek is altijd de ene mens die tegen de ander spreekt. Als ik schrijf voelt het meer alsof ik in iemands oor fluister dan dat ik een groep toespreek.

Wanneer vatte u het plan op om Het puttertje te kiezen als ‘hoofdpersoon’ van uw nieuwe boek?

De kiem voor dit boek werd gelegd toen ik twintig jaar geleden voor langere tijd in Amsterdam was. Ik was vooral geïnteresseerd in een duistere, Amsterdamse sfeer, een duistere New Yorkse sfeer en niet per se naar een verhaal over kunst. Maar kunst bleek de manier om die twee steden aan elkaar te verbinden. Ik kan me niet herinneren dat het een bewuste keuze was om Het puttertje als onderwerp te nemen, maar vanaf het eerste ogenblik voelde ik een sterke connectie met Fabritius’ schilderij. Ik houd van het schilderij om zichzelf, los van zijn geschiedenis – die natuurlijk prachtig past in het verhaal van mijn boek.

Kunt u een ander schilderij bedenken dat zo’n grote rol in een van uw boeken zou kunnen spelen?

Eerlijk, dat kan ik echt niet. Wat Fabritius voor een deel zo aantrekkelijk maakt is dat hij een heel goede schilder is die bij velen onbekend is. Als ik over Rembrandt geschreven zou hebben, of over een andere bekende schilder, dan zou het een heel ander boek zijn geworden. En heel moeilijk om te schrijven. Over Fabritius schrijven was haast alsof ik over een mythologische schilder schreef. Zijn werk is zó zeldzaam en omdat de meeste mensen buiten Nederland hem niet kennen had ik heel veel vrijheid.

Kunt u ons wat vertellen over de eerste keer dat u Het puttertje zag?

De eerste keer dat ik het schilderij zag was bij Christie’s in Amsterdam. Hoewel dat een 19de-eeuwse kopie was, raakte het me meteen. Ik wilde toen zo snel mogelijk het echte schilderij zien. De eerste keer dat ik het in het echt zag, was op de Fabritiustentoonstelling van het Maurithuis in de winter van 2004-2005. Natuurlijk was het geweldig, maar ik moet zeggen dat ik teleurgesteld was. Het hing veel te hoog voor me! Een paar jaar later kon ik het eindelijk op ooghoogte zien. Na afloop kocht ik een poster van Het puttertje die een flink stuk groter is dan het origineel. Die hangt nu in mijn werkkamer waar ik hem elke dag zie. En echt, zelfs die reproductie doet me naar adem snakken.

Het Puttertje van Fabritius naast Ruisdael in de Frick Collection

Het Puttertje van Fabritius naast Jacob van Ruisdaels Gezicht op Haarlem tijdens de tentoonstelling in de Frick Collection

Toen Tracy Chevaliers boek Het meisje met de parel een bestseller en een film werd, kreeg het Mauritshuis te maken met een flink toegenomen belangstelling voor het schilderij van Vermeer. Was u zich er bewust van dat dit ook met de Fabritius kan gebeuren?

Ik hoop dat dat gebeurt! Ik zag Het puttertje in oktober nog op een voorbezichtiging van de tentoonstelling in The Frick Collection in New York. Toen ik het zag was ik weer net zo opgetogen als altijd. Veel mensen werden er door aangetrokken, terwijl er nog zoveel andere goede schilderijen uit het Mauritshuis te zien waren. Bijvoorbeeld Jacob van Ruisdaels Gezicht op Haarlem, ook zo’n persoonlijke favoriet die hier nu in New York is. Ik houd toch zo van de schilderkunst uit de Hollandse Gouden Eeuw.

Carel Fabritius overleed in 1654 toen in Delft een kruitmagazijn ontplofte. Zijn schilderij van een puttertje overleefde de ramp. In haar roman laat Donna Tartt het schilderij opnieuw een explosie overleven, in een museum in New York. Volgens de schrijfster kun je dit zien als een verwijzing naar het Latijnse spreekwoord Ars Long Vita Brevis – kunst is lang, het leven kort. Schilderijen leven inderdaad langer dan mensen. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor schilderijen, maar ook voor goede literatuur.

In haar boek brengt Donna Tartt haar fascinatie voor Het puttertje van Fabritius als volgt onder woorden.

Wie zou kunnen zeggen waarom Fabritius het puttertje heeft geschilderd, dat kleine, op zichzelf staande meesterwerk, enig in zijn soort?

Waarom dat onderwerp? Een eenzaam vogeltje dat als huisdier wordt gehouden. In geen enkel opzicht kenmerkend voor het tijdperk waarin dieren voornamelijk dood een plaats kregen, in weelderige jachtstukken: slappe hazen, vissen en vederwild, hoogopgetast en opgebonden voor de dis.

Waarom niet iets wat meer in zijn tijd past? Waarom geen zeegezicht, geen landschap, geen historiestuk of portret in opdracht van een vooraanstaande persoon, geen alledaags tafereel van drinkers in een herberg, waarom in godsnaam geen bos tulpen in plaats van deze eenzame kleine gevangene? Geketend aan zijn stok? Wie weet wat Fabritius ons met zijn keuze voor iets nietigs wilde zeggen? Met de weergave van iets nietigs? En als het waar is wat ze zeggen, als alle grootse schilderijen eigenlijk zelfportretten zijn, wat zegt Fabritius dan over zichzelf, als hij dat al doet?

(uit: Donna Tartt, Het Puttertje – De Bezige Bij 2013)

Het boek The Goldfinch/Het puttertje van  Donna Tartt

Deel deze pagina