Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Vraag en aanbod

Waar zou u heengaan om kunstenaarsmaterialen te kopen? Tegenwoordig zijn online of in winkels geprepareerd doek, verftubes en penselen te koop. Waar kwamen Vermeers materialen vandaan? Dit is een van de onderzoeksvragen die in het project Meisje in de schijnwerper centraal staan. Hierbij kijken we zowel binnen als buiten onze landsgrenzen: van de pigmenten die aangevoerd werden uit verre landen tot de Delftse apotheek waar Vermeer ze mogelijk kocht.


Pigmenten gebruikt in de 17de eeuw, in het Rembrandthuis, Amsterdam

Pigmenten zijn gekleurde poeders die een kunstenaar vermengde met een bindmiddel, in dit geval olie. Sommige natuurlijke pigmenten worden gewonnen uit de aarde; bruine en gele pigmenten zoals oker en omber worden dan ook letterlijk ‘aardepigmenten’ genoemd. Andere pigmenten, zoals vermiljoen en loodwit, werden synthetisch bereid, ook al in de zeventiende eeuw. Rode en gele lakpigmenten begonnen als kleurstoffen (die vooral werden gebruikt voor het verven van kleding); om er een pigment van te maken werd de kleurstof aan een wit poeder gehecht

Pigmenten die in het Meisje met de parel zijn aangetroffen zijn onder meer: vermiljoen, rode lak, loodwit, houtskoolzwart, wouw, aardepigmenten, ultramarijn en indigo. In de volgende blogposts houden we de kleuren stuk voor stuk tegen het licht. Ik vertel waar ze vandaan kwamen, met welke eigenaardige methoden ze werden vervaardigd en hoe en waar ze in het Meisje zijn gebruikt.

Waar kocht Vermeer zijn schildersmaterialen?

In de Gouden Eeuw (de zeventiende eeuw) domineerde Nederland de wereldhandel met gigantische ondernemingen die goederen verscheepten naar en vanuit het verre oosten en de Nieuwe Wereld. Ook was ons land gunstig gelegen ten opzichte van andere Europese handelscentra als Antwerpen en Venetië. 

Grondstoffen voor pigment kwamen van over de hele wereld: het rode cochenille werd gewonnen uit luizen die op Mexicaanse cactussen leven en het blauwe ultramarijn werd gemaakt van een zeldzame steen uit Afghanistan. Ook dichter bij huis waren er grondstoffen te vinden; de Noordelijke Nederlanden kenden een bloeiende industrie in het maken, bereiden en verspreiden van pigmenten. Fabrikanten van schildersmaterialen maakten bepaalde pigmenten op grote schaal – zoals het vermiljoen (rood) en loodwit dat in het Meisje is gebruikt. Kleinere kleurfabrikanten specialiseerden vaak in één of twee pigmenten. De pigmenten werden geleverd aan winkeliers zoals apothekers en kruideniers. Een apotheek lijkt misschien geen voor de hand liggende plek om pigmenten te kopen, maar in die tijd werden veel kunstenaarsmaterialen ook gebruikt om hun medicinale eigenschappen en vielen dus in de categorie medicijnen!
 


Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, c. 1660-61, Mauritshuis

Van wie kocht Vermeer zijn schildersmaterialen? Koos Levy-Van Halm en andere onderzoekers zijn om deze vraag te beantwoorden in de archieven gedoken, waaronder het stadsarchief van Delft. Vermeer had in 1664, rond het jaar dat hij het Meisje schilderde, een schuld uitstaan bij de Delftse apotheker Dirck de Cocq. Van De Cocq is bekend dat hij een aantal schildersmaterialen verkocht: pigmenten (loodwit en een geel dat massicot heette), lijnolie en Venetiaanse terpentijn. Helaas weten we niet zeker of Vermeer specifiek schildersmaterialen bij De Cocq kocht, want zijn schuld was voor ‘medicijnen’.

De apothekers en kleurhandelaren in Vermeers woonplaats hadden veel kennis in huis. Ze waren zeer bedreven in de productie en verkoop van pigmenten omdat Delft een bloeiende aardewerkindustrie kende: denk maar aan het wereldberoemde Delfts blauw waarop veel souvenirs tegenwoordig zijn geïnspireerd. 


Moderne kunstwerk gemaakt uit Delfts blauw

Omdat er in Vermeers tijd veel schilders in Delft actief waren – Carel Fabritius, Nicolaes Maes en Pieter de Hooch, om maar een paar namen te noemen – kunnen we ervan uitgaan dat kunstenaars bij meerdere winkels in de stad terecht konden voor hun materialen. Mogelijk reisde Vermeer ook naar nabijgelegen steden als Amsterdam of Rotterdam om inkopen te doen, of deed hij er bestellingen.

Hoeveel kostten pigmenten? Uit kasboeken, recepten en andere geschreven bronnen in historische archieven weten we wat ongeveer de prijs was van pigmenten. Aardepigmenten (bruinen en gelen) waren goedkoop. De prijs van indigo fluctueerde enorm en hing af van de kwaliteit en beschikbaarheid van het pigment. Het kostbaarste pigment op Vermeers palet was zonder twijfel het blauwe ultramarijn. Zoals ik later zal uitleggen, werd ultramarijn maar op één plek in de wereld gevonden, en het was een bewerkelijk procedé om er een pigment van te maken.

Pigmenten in het Meisje 

Hoe weten we welke pigmenten Vermeer in het Meisje gebruikte? De onderzoeksmethoden die we bij het project Meisje in de schijnwerper toepassen onthullen veel informatie over de aanwezigheid van pigmenten en de grootte, chemische samenstelling en/of verspreiding van de korrels.

Referenties

  • Kirby, Jo, Susie Nash, Joanna Cannon (eds.) (2010) Trade in artists materials: Markets and commerce in Europe to 1700, Archetype, London.
  • Kirby, Jo (1999) ‘The painter’s trade in the Seventeenth Century: Theory and practice,’ National Gallery Technical Bulletin, vol. 20, pp. 5-49. 
  • Levy-van Halm, Koos (1998) ‘Where did Vermeer buy his painting materials? Theory and practice.’ In: Vermeer Studies: Studies in the History of Art, edited by Ivan Gaskell and Michiel Jonker, National Gallery of Art, Washington D.C., Yale University Press, New Haven/London, 1998, pp. 137-143.

Blijf op de hoogte