Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

De laatste mode

Als het Meisje op de rode loper zou verschijnen, zouden reporters waarschijnlijk vragen: ‘Wie draag je?’ Ze draagt een originele creatie van Vermeer. Een modern jasje op een witte blouse gestyled met een vintage blauw-gele hoofddoek. De ingezette mouw heeft op de rug cartridge plooien – de parallelle lijnen op de achterkant van het jasje.


Het jasje, met locaties van drie monsters genomen in 1994

Dit soort jasjes waren rond 1660 in de mode bij Hollandse vrouwen, maar zo’n soort hoofddoek zag je niet dagelijks in het Delft van Vermeer. Met dit kostuum maakte Vermeer van het Meisje een exotische tronie (karakterstudie).

In goede aarde


Drie verschillende oker pigmenten. Foto: Marco Almbauer.

Voor het jasje gebruikte Vermeer verschillende gele, rode en bruine pigmenten die samen ‘aardepigmenten’ worden genoemd. Waar komen die vandaan? Ze zijn van nature in de aarde te vinden en bevatten ijzeroxide. De MA-XRF kaart van ijzer (Fe) laat de verspreiding ervan zien, met een hogere concentratie in de plooien en vouw aan de achterkant van haar schouder.  


MA-XRF kaart voor ijzer (Fe). Kaart: Annelies van Loon (Mauritshuis/ Rijksmuseum)

Aardepigmenten worden al honderdduizenden jaren gebruikt: van in oeroude grotschilderingen tot in moderne schilderijen. Afzettingen van ijzeroxide zijn over de hele wereld te vinden. Vooral regio’s in Italië, Frankrijk en Engeland zijn historisch belangrijke vindplaatsen geweest. We mogen ervan uitgaan dat de aardepigmenten van Vermeer dichter bij huis werden gewonnen, hoewel aarden van hoge kwaliteit over lange afstanden werd getransporteerd om tot pigmenten te verwerken. In principe is het mogelijk de vindplaats van aardepigmenten met isotopenanalyse te achterhalen, maar daarvoor hebben we meer monstermateriaal nodig. 


Oker in de natuur, Roussillon, Vaucluse, France

Van natuurlijke aarde wordt een pigment gemaakt door die te wassen (om minerale vervuilingen te verwijderen) en tot een fijn poeder te malen. Sommige aarden werden nog verder bewerkt. Zo kan rode aarde worden verkregen door gele aarde te branden (calcineren) in een pot boven een roodgloeiend vuurtje. 

Verf gemaakt van aardepigmenten heeft een hoog aandeel olie nodig; deze pigmenten absorberen veel bindmiddel. De verf droogt snel, vaak al binnen een paar uur. Hierdoor kon Vermeer relatief snel werken aan de kleding van het Meisje.

Geel in het jasje

Welke kleur had het jasje van het Meisje oorspronkelijk: geel, geelbruin, geelgroen, geelblauw? Het juiste antwoord is: al deze kleuren. Doordat Vermeer een waaier aan nuances gebruikte, oogt het jasje driedimensionaal en realistisch. Hij paste verschillende strategieën toe om onderscheid te maken tussen de lichte delen, middentonen en schaduwpartijen van het jasje:


Verfmonster 25/4053 van een licht gebied van de mouw, 400x vergroting, Bright Field. (1) grondering / (2) onderlaag: aardepigmenten, loodwit, houtskool, rode lak / (3) bovenste laag: gele oker, loodwit en een beetje ultramarijn.


Verfmonster 11/4042 van een middeltoon in de schouder, 400x vergroting, Bright Field. (1) grondering / (2) onderlaag: houtskool, beenderzwart, rode lak / (3) bovenste laag: gele oker en andere aardepigmenten, ultramarijn, rode lak.


Verfmonster 22/4049 van de donkere schaduw van de rug, 400x vergroting, Bright Field. (1) grondering / (2) onderlaag: houtskool, beenderzwart, rode lak / (3) ultramarijn, met aardepigmenten, rode lak, zwart

Vermeer schilderde het jasje door allereerst de lichte en donkere partijen aan te geven. Deze ‘doodverf’ bracht hij aan in verschillende tinten bruin. In de dwarsdoorsneden uit het jasje van het Meisje zien we dat de doodverf (laag 2) qua kleur en dikte verschilt, afhankelijk van of het een deeltje uit het licht of uit de schaduw is. Onder de lichte partijen is de laag dun en lichtbruin, en onder de middentoon en schaduw juist dik en donkerbruin.



Wanneer de bruine doodverf droog was, schilderde Vermeer er met een enkele laag verf overheen (laag 3). In sommige partijen van het jasje – zoals de cartridge plooitjes aan de achterkant van haar schouder – is de onderlaag nog door de verf heen te zien. De onderlaag van haar rug bevat houtskoolzwart, die met infrarood kan worden opgespoord. Op de infraroodopname van haar schouder zien we dat Vermeer deze met een brede kwast aanbracht.




Infrarood foto van het jasje. Brede kwaststreken in de schouder zijn omcirkeld. Foto: René Gerritsen.

Een andere manier waarop Vermeer verschillende kleurnuances in het jasje aanbracht, was door de aardepigmenten in verschillende hoeveelheden met andere kleuren te vermengen. In de lichte partijen mengde hij de gele oker met loodwit en wat ultramarijn blauw tot een dekkende gele verf. Voor de middentonen en schaduwpartijen voegde Vermeer meer ultramarijn toe en een beetje rode lak, en liet hij het loodwit weg. Deze verf was transparanter, waardoor de donkere onderlaag erdoorheen scheen. Daarom heeft haar jasje aan de achterkant een groenig-blauwe zweem.

Het lijkt misschien zonde van het peperdure ultramarijn om het te gebruiken voor de schaduwen! Maar zoals ik in blog #17 vertel, stond Vermeer erom bekend dat hij ultramarijn rijkelijk toepaste, zelfs in ogenschijnlijk onbelangrijke delen van zijn werken. 

Referenties

  • Broos, B.P.J., Ariane van Suchtelen en Quentin Buvelot (1999) Portraits in the Mauritshuis: 1430-1790, Wbooks, pp. 259-262.
  • Helwig, Kate (2007) ‘Iron oxide pigments: Natural and synthetic.’ In: Artists’ Pigments: A handbook of their history and characteristics, Barbara H. Berrie (ed.), Vol. 4, National Gallery of Art, Washington and Archetype, London, pp. 39-95.
  • Janson, Jonathan ‘Dead colouring or underpainting,’ Essential Vermeer

Dankbetuiging

  • Costuum deskundige: Marieke de Winkel
  • Licht microscopie, SEM-EDX, MA-XRF scanning: Annelies van Loon (Mauritshuis / Rijksmuseum)
  • SEM-EDX: Ralph Haswell (Shell Technology Centre Amsterdam) 
  • Infrarood reflectografie: René Gerritsen (René Gerritsen Art & Research Photography)
  • MA-XRF: Annelies van Loon (Mauritshuis/Rijksmuseum)

Blijf op de hoogte