Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

17 Het blauwe goud

Zoals u aan mijn vlechten kunt zien, is blauw mijn lievelingskleur. Ook het Meisje draagt iets blauws op haar hoofd: een Oosterse hoofddoek. Vermeer heeft het Meisje geschilderd als een exotisch geklede ‘tronie’ (een karakterstudie). Voor de hoofddoek gebruikte hij het glanzend blauwe ultramarijn, een pigment met eveneens een exotische herkomst.


Blauwe hoofddoek.

Blauw van overzee

Ultramarijn wordt gemaakt van het helderblauwe mineraal lazuriet, afkomstig uit de halfedelsteen lapis lazuli. Bijzonder genoeg is vrijwel al het ultramarijn dat in de kunstgeschiedenis is gebruikt afkomstig van één plek op de aardbol: een paar mijnen hoog in de bergen van wat nu Noordoost-Afghanistan is. Ultramarijn betekent letterlijk ‘van overzee’. Een deel van de lapis werd inderdaad over zee vanuit Centraal-Azië naar Europa verscheept, maar het merendeel kwam over land via het immense oude netwerk van handelswegen: de zijderoute.

Lapis delven in mijnen, van de berg af dragen en naar Europa transporteren was nog maar het begin van het extreem arbeidsintensieve procedé dat nodig was voor de productie van goede ultramarijn. In deze video ziet u een reconstructie van de stappen waarmee het pigment uit het gesteente werd geëxtraheerd. Vanwege de zeldzaamheid van de grondstof en het tijdrovende extractieproces was ultramarijn het allerduurste pigment dat er te krijgen was: kostbaarder dan goud.


Lapis lazuli steen, Afghanistan.

Hoe kon Vermeer dat betalen? Vermeer maakte naar alle waarschijnlijkheid maar een paar schilderijen per jaar en hij was kostwinner van een gezin met veel hongerige kinderen; sommige onderzoekers vermoedden dat Vermeer het niet breed had. Misschien kreeg hij steun van een mecenas of welgestelde begunstiger? Of zat hij ruimer in de middelen dan we denken?

Hoe hij ook aan ultramarijn kwam, vast staat dat Vermeer het royaal gebruikte. Brieflezende vrouw (ca. 1663) uit het Rijksmuseum bevat grote hoeveelheden ultramarijn, van in haar kleding tot in de schaduw in de achtergrond. In het Meisje met de parel mengde Vermeer zelfs ultramarijn door de verf van de schaduwenpartijen in haar gele jasje. In dwarsdoorsneden van haar kleding zijn de helderblauwe korrels duidelijk te zien.

De hoofddoek van het Meisje is een staalkaart van de verschillende toepassingen van ultramarijn. De linkerkant is geschilderd met een dekkend lichtblauw dat bestaat uit een mengsel van ultramarijn en loodwit. Aan de rechterkant bracht hij ultramarijn aan over een donkere onderlaag. Om de twee helften mooi in elkaar te laten overvloeien voegde hij op beide helften in een zigzagpatroon een transparante glacis toe.


Een gedegradeerd gebied in de blauwe hoofddoek onder de Hirox 3D digital microscoop, 35x, 140x and 700x vergroting: Emilien Leonhardt (Hirox Europe)

De schaduwpartij in de hoofddoek boven haar oor ziet er niet meer uit zoals toen Vermeer die schilderde. Als onderdeel van het huidige project Meisje in de schijnwerper onderzoeken we in hoeverre de hoofddoek van het Meisje mogelijk is verkleurd. Met de 3D digitale microscoop bestuderen we de delen van het verfoppervlak die mogelijk verslechterd zijn. MA-XRPD brengt informatie over de kristalstructuur van het pigment aan het licht, en over hoe die in de loop der tijd is veranderd. Als verf verslechtert ontstaan er op of vlakbij het verfoppervlak nieuwe chemische verbindingen, waardoor de verf er anders uit gaat zien. In het donkerblauw detecteerde MA-XRPD een kleine hoeveelheid van twee van deze verbindingen: palmieriet en weddeliet.


Röntgen poederdiffractie-opname en -profiel verzameld in de blauwe hoofddoek van het Meisje (AXES, University of Antwerp)

Indigo: het blauw van spijkerbroeken

In een eerdere blogpost legde ik uit dat de donkere achtergrond van het Meisje oorspronkelijk heel donkergroen van kleur was. Op een zwarte onderlaag bracht Vermeer een groene glacis aan van wouw (geel) en indigo (donkerblauw).


Wol geverfd met indigo: Art Ness Proaño Gaibor, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

Indigo is een verfstof die wordt onttrokken aan gefermenteerde bladeren van de indigoplant. Het woord indigo betekent ‘van India’, hoewel India niet de enige plaats was waar de planten groeiden. Nadat in de vroege zeventiende eeuw de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was opgericht, groeide de aanvoer indigo uit India explosief. Daarnaast begonnen de Hollanders als deel van de Atlantische handel indigoplantages aan te leggen in de tropen. Art Ness Proaño Gaibor, de wetenschapper van het RCE die UHPLC-analyse uitvoerde op de kleurstoffen in het Meisje, heeft de archieven doorzocht naar geschreven bronnen waarin indigo wordt vermeld. In een Nederlandse krant uit de periode dat het Meisje met de parel werd geschilderd trof hij scheepsverslagen aan. Indigo wordt genoemd in vrachtlijsten van Hollandse boten die terugkwamen uit West-Indië, naast goederen als tabak, peper, thee, nootmuskaat, suiker en gember. Net als deze ‘specerijen’ werd indigo gewoonlijk verkocht in ‘koeken’, of in kleinere blokjes.


Helaas is het (nog) niet mogelijk om wetenschappelijk aan te tonen of de indigo in het Meisje afkomstig is uit India, de Nieuwe Wereld of een andere plek op aarde. De familie van indigoplanten is (met bijna 800 verschillende soorten) gigantisch te noemen, en het is complex om al die soorten chemisch te onderscheiden. Waar Vermeers indigo vandaan kwam, blijft dus vooralsnog een raadsel.

Indigo werd vooral gebruikt als verfstof voor kleding. (Tegenwoordig worden spijkerbroeken met synthetische indigo gekleurd.) In het Nederland van de zeventiende eeuw verkochten handelaren in schildersmaterialen indigo van uiteenlopende kwaliteit. Hoewel het niet per se een duur pigment was – het was een stuk goedkoper dan ultramarijn – kon de hoogste kwaliteit indigo evengoed prijzig zijn. De prijs fluctueerde enorm en hing af van de onregelmatige aanvoer van overzee.

Indigo dat als pigment in olieverfschilderijen wordt gebruikt kan aan kleur verliezen. Margriet van Eikema Hommes, een onderzoeker bij de RCE die kleurveranderingen in schilderijen bestudeert, beschrijft hoe historische teksten waarschuwen voor het gebruik van indigo in olie omdat het verbleekt bij blootstelling aan zonlicht. In zijn ‘handleiding voor schilders’ schreef T.T. de Mayerne: ‘indigo is onbruikbaar in olie en verbleekt direct, maar hij geeft ook enkele instructies hoe indigo gezuiverd kan worden en hoe de lichtechtheid kan worden verbeterd door het pigment te vermengen met gecalcificeerde aluinkristal. Met SEM-EDX is het chemische element aluminium (AI) – een bestanddeel van aluin – gedetecteerd in monsters uit de achtergrond van het Meisje. Misschien geloofde Vermeer dat zijn indigo de tand des tijds zou doorstaan. Het verbleken van de indigo is waarschijnlijk een van de factoren waardoor de achtergrond van het Meisje er nu anders uitziet dan toen Vermeer hem schilderde.

Referenties

  • Kirby, Jo, Susie Nash, Joanna Cannon (eds.) (2010) Trade in Artists’ Materials: Markets and commerce in Europe to 1700, Archetype, London.
  • Van Eikema Hommes, Margriet (2004) ‘Indigo as a pigment in oil painting and its fading problems,’ Changing Pictures: Discoloration in 15th-17th-century oil paintings, Archetype, London, pp. 91-170.
  • De Mayerne, Theodore Turquet (1620-1646) ‘De Mayerne Manuscript’: Pictoria, sculptoria et quae subalternarum atrium, Sloane MS 2052, British Library. Fol. 4v noemt het verbleken van indigo onder invloed van zonlicht. Het vermengen van indigo met gecalcificeerde aluinkristal en notenolie staat op fol. 144v.

Dankbetuiging

  • MA-XRPD: AXES team (University of Antwerp)
  • Onderzoek ultramarijnziekte: Alessa Gambardella (Rijksmuseum, met steun van AkzoNobel) en Katrien Keune (Rijksmuseum)
  • Digital microscopy: Emilien Leonhardt en Vincent Sabatier (Hirox Europe)
  • UHPLC analyse van en archiefonderzoek naar indigo: Art Ness Proaño Gaibor (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, RCE), met Maarten van Bommel (Universiteit van Amsterdam)

Blijf op de hoogte