Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Schoonheid zit van binnen

Je komt het Meisje met de parel overal tegen: in boeken, op posters, online – en onlangs nog op de verpakking van een ijsje.



Maar bezoekers komen niet voor niets van over de hele wereld naar Den Haag om het schilderij in het echt te bekijken. Wie oog in oog staat met het Meisje wordt betoverd door haar houding, haar blik, de glans van haar oorbel tegen de schaduw in haar nek, de geraffineerde manier waarop Vermeer de lichtval heeft gevangen op het doek. Hoe gelijkend een reproductie ook is, de echte schilderijen van Vermeer hebben iets extra’s... iets magisch. Meewerken aan een nieuw materiaaltechnisch onderzoek naar dit meesterwerk is een nederig avontuur. Als het Meisje van de muur en uit haar lijst is gehaald merk je pas écht dat ze een driedimensionaal object is in plaats van een tweedimensionale afbeelding op een pagina. Elke verflaag geeft diepte en elke laag heeft een functie, voegt iets toe aan de uiteindelijke verschijningsvorm van het schilderij.


Schematische weergave van een schilderij op doek. Diagram door Moorea Hall-Aquitania.

Het Meisje met de parel  bestaat – zoals de meeste zeventiende-eeuwse schilderijen – uit verschillende lagen: materialen die na elkaar zijn toegevoegd, het ene bovenop het andere. Ik bespreek elke laag in een apart blog: doek, grondering, verflagen, glacis en vernis.

Bij dit project onderzoeken we voor het oog van het publiek de lagen op en onder het oppervlak van het Meisje met niet-invasieve imaging technieken, waarbij we het schilderij niet hoeven aan te raken. Daarnaast verzamelen we informatie door monsteronderzoek.

Een speldenpuntje

Een verfmonster is een minuscuul deeltje verf dat uit een schilderij wordt genomen om meer inzicht te krijgen in de samenstelling van de materialen en/of opbouw van de lagen. Allereerst bepaalt de restaurator of onderzoeker onder de microscoop de geschikte plek om het monster te nemen: van de rand van een bestaande beschadiging of van een onopvallend stukje van het schilderij. Met een scherp mesje wordt (onder de microscoop) een flintertje verf verwijderd dat alle relevante lagen bevat.

Dit verfmonster – niet groter dan de punt aan het eind van deze zin – levert een schat aan informatie op. Toch wordt deze techniek spaarzaam toegepast, om te voorkomen dat we materiaal onnodig uit het schilderij verwijderen. Gelukkig hoefden de restauratoren in 1994 maar een paar monsters van het Meisje met de parel te nemen. Zoals ik over een paar dagen in een blog uitleg, zijn er meer dan 100 jaar geleden kleine stukjes losgeraakt van het schilderij en aan het verfoppervlak vast blijven zitten. Die stukjes zijn uiterst voorzichtig verwijderd en bewaard voor wetenschappelijke analyse.

Om de laagopbouw van een schilderij te onderzoeken kan van een verfmonster een dwarsdoorsnede worden gemaakt. Voor zo’n dwarsdoorsnede wordt het verfmonster ingebed in een blokje transparante hars. Na het aanslijpen van het harsblokje zijn aan de zijkant van het monster alle verflagen te zien, als in een sandwich of lasagna. De onderzoeker bestudeert het geslepen oppervlak onder de microscoop bij een vergroting van 200, 400 of 1000 keer.


Dwarsdoorsneden in hars (met ernaast een paperclip voor de schaal). Deze monsters zijn in 1994 geprepareerd en ook nu nog bruikbaar voor analyse.


Plek waar monster 11/4042 is genomen, bij een bestaande beschadiging.


Abbie onderzoekt het verfmonster onder de microscoop. Foto: Ivo Hoekstra.


Bij een vergroting van 200x is het gehele monster zichtbaar. Van onder naar boven zijn de lagen: (1) de grondering, (2) een donkerbruine onderlaag, (3) de gele bovenste verflaag en (4) de lagen vernis die bij vroegere restauraties zijn aangebracht.


Left: Bright field illumination, 400x magnification / Right: Ultraviolet (UV) fluorescence, 400x magnification. Registration and curtain viewer: Rob Erdmann.
View pictures with curtain viewer.

Door de vorm, kleur en fluorescentie van de aparte korrels te bestuderen kunnen we bepaalde pigmenten en andere materialen identificeren. (In latere blogposts kom ik uitgebreid terug op Vermeers pigmenten en de laagopbouw in de kleding van het Meisje.) Maar om materialen nauwkeuriger te identificeren of de chemische samenstelling ervan te achterhalen kunnen we ook gebruikmaken van wetenschappelijke analyse.

Wetenschappelijke analyse

Door monsteronderzoek met hightech analysetechnieken kunnen we informatie over de materialen in het schilderij verzamelen. SEM-EDX is een techniek die de chemische elementen waaruit pigmenten bestaan identificeert, bijvoorbeeld natrium (Na), fosfor (P), ijzer (Fe), lood (Pb) en calcium (Ca).


SEM-EDX spectrum van elementen in monster 11/4042. Analyse door Ralph Haswell, Shell Technology Centre Amsterdam

Ook verfmonsters die niet in hars zijn gebed kunnen worden geanalyseerd. Met GC-MS kunnen we bijvoorbeeld vaststellen welk soort olie Vermeer gebruikte en met UHPLC kan het soort rode organische materiaal worden bepaald dat is gebruikt voor het schilderen van de huid.

De analyse die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in de jaren negentig uitvoerde was destijds state of the art, maar u kunt zich voorstellen dat de technologie sindsdien enorme sprongen heeft gemaakt.


VHS-cassette van Vermeer in het licht (1994)

Het afgelopen jaar hebben we de verfmonsters die toen zijn genomen met nieuwe technieken opnieuw geanalyseerd om meer te weten te komen over de materialen die Vermeer gebruikte en hoe die in de loop van de tijd zijn veranderd. Het is grote verrijking dat wetenschappers en chemici van RCE aan het project Meisje in de schijnwerper deelnemen, net als specialisten van andere instituten zoals Shell Technology Centre Amsterdam en de Universiteit Maastricht.

Dankbetuiging

  • Verfmonsters (1994): Jørgen Wadum, Mauritshuis.
  • Materiaaltechnisch onderzoek en wetenschappelijke analyse (1994-96): Karin M. Groen; Centraal Laboratorium (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, RCE); Jaap Boon, Inez D. van der Werf, Klaas Jan van den Berg (FOM-instituut AMOLF); DSM-Research.
  • Onderzoek en fotografie verfmonsters: Annelies van Loon en Petria Noble, Mauritshuis / Rijksmuseum
  • SEM-EDX: Annelies van Loon, Mauritshuis/Rijksmuseum; Ralph Haswell, Shell Technology Centre Amsterdam
  • SIMS: Anne Bruinen en Ron Heeren, Maastricht University
  • Wetenschappelijke analyse (2016-17): Klaas Jan van den Berg, Art Ness Proaño Gaibor, Henk van Keulen, Suzan de Groot; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) 

Blijf op de hoogte