Informatie

Alle informatie pagina resultaten

Collectie

Alle collectie resultaten
Verouderde browser

We zien dat je een verouderde browser hebt. Het kan zijn dat deze site daardoor niet goed weergegeven wordt. We adviseren je om je browser te updaten, indien mogelijk, naar de laatste versie.

Sluiten

Uit de doeken

Stelt u zich eens een miraculeus plantje voor dat twee belangrijke materialen produceert die we terugvinden in het Meisje met de parel. De vezels van het doek en de olie waarmee de verf gebonden is, zijn afkomstig van dezelfde plant: vlas.

Vlas plant, afbeelding van Frans Eugen Köhler (1897) Köhler’s Medizinal-PflanzenWikipedia. 

In de tijd van Vermeer waren Nederlandse steden – met name Leiden, Haarlem en Amsterdam – bloeiende centra voor het weven en verhandelen van textiel. Hoewel ons land ook een bescheiden vlasproductie kende, werd het vooral geïmporteerd uit andere Europese landen waar het voor zowel de zaden als de vezels werd verbouwd. Uit lijnzaad werd olie geperst waarmee olieverf kon worden gemaakt (hier kom ik in een latere blogpost op terug). Uit de stengels van de plant werden vezels gewonnen. De korte vlasvezels werden gebruikt voor touw en twijn en de langere werden gesponnen tot fijn garen. Van dit vlasgaren werd op een weefgetouw doek gemaakt, dat vervolgens per stuk, strook of rol verkocht werd. Onlangs is uit onderzoek voor het project Counting Vermeer gebleken dat een aantal van Vermeers schilderijen op doeken van dezelfde rol zijn geschilderd. Van het Meisje met de parel is helaas nog geen ‘rol-zusje’ gevonden. Misschien dat er ergens bij iemand op zolder nog een onontdekt meesterwerk ligt.


Röntgen gemaakt door René Gerritsen

Het doek dat Vermeer als drager voor zijn schilderijen koos was gemaakt van linnen dat op een getouw geweven werd in een eenvoudige binding: één draad op, één draad neer. Als je inzoomt op de röntgenopname van het Meisje is een heel fijn raster te zien: de horizontale en verticale draden van het doek. Voor het project Meisje in de schijnwerper scande Rob Erdmann de röntgenfoto’s in hoge resolutie en berekende hij met de computer de draaddichtheid van het doek, waarbij bepaald kon worden dat het doek een gemiddelde dichtheid heeft van 14,66 horizontale en 14,5 verticale draden per vierkante centimeter. De draadtelling van het Meisje komt overeen met die van andere schilderijen van Vermeer. Analysegegevens van de draaddichtheid van doeken kunnen grafisch worden voorgesteld in twee ‘weefkaarten’, een van de horizontale en een van de verticale draden.

Draaddichtheid-kaarten (horizontaal en verticaal). Doekanalyse met de computer: Rob Erdmann.

Op draaddichtheid-kaarten zien we dat de onderlinge afstand tussen draden niet overal op het doek gelijk is. Plekken waar het aantal draden per vierkante centimeter afwijkt van het gemiddelde worden gecodeerd met een specifieke kleur. Hierdoor ontstaat een soort ‘streepjescode’ van het schilderij. Met deze streepjespatronen hebben we kunnen aantonen welke doeken van Vermeer van dezelfde rol linnen afkomstig zijn. 


Draadhoek-kaarten (horizontaal en verticaal). Doekanalyse met de computer: Rob Erdmann. 

Op draadhoek-kaarten zijn afwijkingen te zien in de hoek van de draden, bijvoorbeeld waar de draden gekromd of vervormd zijn. Op beide kaarten zijn langs de randen ‘golven’ te zien, zogenoemde spanguirlandes. Deze boogvormige vertekeningen komen voor op de plaatsen waar het doek over een houten raam werd gespannen en werd vastgezet. Morgen leg ik uit hoe de spanguirlandes langs de randen van het doek van het Meisje precies zijn ontstaan.

References

Acknowledgements

  • Röntgenopname gemaakt door: René Gerritsen Kunst en Onderzoeksfotografie
  • Draadtelling en curtain viewer: Rob Erdmann, Rijksmuseumleerstoel Conservering en restauratie, in het bijzonder computationele materiaalkunde (leerstoel in samenwerking met het Rijksmuseum)

Blijf op de hoogte