Paulus Potter

De stier

136 voorzijde
136 detail
136_framed.jpg
136 voorzijde
136 voorzijde

Paulus Potter
De stier

1647 Te zien in Zaal 12

Dit is een van de beroemdste schilderijen van het Mauritshuis. Wat De stier zo bijzonder maakt, is het feit dat Potter op dit grote formaat zoiets gewoons als een stier weergaf – dat was ongekend. En dat hij – ondanks dat formaat – veel aandacht besteedde aan de kleinste details, zoals de leeuwerik in de lucht, het zonlicht op de wei, de vliegen rond de stierenrug en de snorharen van de koe. Daarmee werd dit schilderij het boegbeeld van de Hollandse naturalistische schilderkunst.

Technische details

Een bekende boer

Achter het hek staat de boer naar zijn vee te kijken. Hij maakt een onverzorgde indruk, met zijn rafelige hoed en gescheurde kleding. Potter schilderde zelfs wat losse haren op zijn schouder. Wie leerde lezen met de leesplank herkent de boer waarschijnlijk meteen – hij stond model voor Teun in het aap-noot-mies.

Potter De Stier Detail Second Canvas
136 voorzijde

Paulus Potter
De stier

1647 Te zien in Zaal 12

Naar boven
‘De stier van Potter’, zoals het schilderij in de volksmond bekend staat, is ongetwijfeld een van de meest besproken kunstwerken uit de Hollandse zeventiende eeuw. Het monumentale formaat, het pretentieloze onderwerp en de zeer nauwkeurige weergave van realistische details hebben afwisselend bewonderende en afkeurende reacties opgeroepen. Nadat het schilderij in 1795 door de Franse bezetters uit de Haagse Galerij van stadhouder Willem V was ontvreemd en overgebracht naar het Louvre, nam de faam van De stier bijna mythische proporties aan. Tussen de uit Italië geroofde Rafaëls en Titiaans trok het kolossale werk de aandacht van het publiek te Parijs en ver daarbuiten. Het doek werd vooral geprezen vanwege het verbluffende realisme waarmee de dieren en hun landelijke omgeving waren weergegeven. Potter groeide uit tot de held van de bedrieglijk echte nabootsing van de werkelijkheid. Ook nadat het doek in 1815 onder militaire begeleiding en klokgeschal was teruggekeerd naar Den Haag, bleef het tot de verbeelding spreken. In de tweede helft van de negentiende eeuw sloeg de waardering echter om in een negatief oordeel en werd Potter door kunstcritici een oppervlakkig realisme en een gemis aan vindingrijkheid verweten.

Zowel bewonderaars als critici zijn er altijd vanuit gegaan dat Potter voor zijn stier een bestaand dier als model gebruikte en dit zo waarheidsgetrouw mogelijk weergaf. Maar hoe realistisch is De stier nu eigenlijk? De eerste, globale impressie is dat het hier gaat om een éénjarig dier, een zogenoemde enter. Het kossem, de afhangende halskwab onder de hals en voorborst, is echter te groot voor een stier van deze leeftijd. Ook de horens zijn al verder ontwikkeld en duiden op circa twee levensjaren. Het gebit vertoont zes grote, gewisselde tanden, hetgeen gebruikelijk is voor en rund tussen de drie en de vier jaar. Ook maakt de lichaamsbouw een onevenwichtige indruk. De ‘voorhand’ (kop, hals, schoft en schouders) oogt krachtig en goed ontwikkeld. De ‘achterhand’ vertoont daarentegen weinig spieren en vooral de dijen (de ‘broek’) zijn nogal plat. Het dier staat in een vreemde, enigszins verwrongen houding. De ‘achterhand’ is schuin van achteren weergegeven, maar het middelste deel van het lijf loopt parallel aan de beeldrand. De borst en de voorpoten zijn juist weer meer van achteren gezien.

Uit het bovenstaande mag worden geconcludeerd dat Potter de stier heeft samengesteld uit diverse studies van in leeftijd verschillende dieren. Door uit zijn voorbereidende tekeningen het beste te selecteren, probeerde Potter zijn stier zo overtuigend mogelijk weer te geven. Hierdoor overstijgt het uiteindelijke resultaat de werkelijkheid. Een dergelijke werkwijze was bij zeventiende-eeuwse kunstenaars niet ongebruikelijk. Zo verwerken schilders als Jan van Goyen en Salomon van Ruysdael schetsen van bestaande locaties tot gefingeerde landschappen, die zich op het eerste gezicht niet onderscheiden van de realiteit.

Ondanks het feit dat de stier op Potters schilderij niet een bestaand dier voorstelt, krijgt de beschouwer toch de indruk dat hij naar een fotografische weergave van de werkelijkheid kijkt. Deze illusie wordt opgeroepen door de overdaad aan realistische details als het krullende haar in de nek, het speeksel dat uit de bek druipt, de kale plekken op de bilpartij, de rondcirkelende vliegen, de hoefafdrukken in de modder en de koeienvlaai rechts op de voorgrond.

De stier wordt vergezeld door vier andere dieren en een boer. De vacht van de koe die tegen een boom aanligt, is in vergelijking met die van de stier opvallend glad weergegeven. Waarschijnlijk wilde Potter hiermee het verschil tussen het mannelijke en het vrouwelijke dier benadrukken. Zo schreef de kunsttheoreticus Karel van Mander in 1604 dat vrouwelijke dieren veel ‘ghestreelder en gladder’ moesten worden weergegeven dan de ‘mannekens’.

Het liggende schaap met het lam is een melkschaap., herkenbaar aan de gladde, onbewolde staart (de zogenoemde pijlstaart). Met veel gevoel voor detail schilderde Potter de gezwollen adreren op de oren, de pigmentvlekken op de gevulde uier en de sporen van de schaar in de pas geschoren vacht. De staande ram is een Drents heideschaap van het type vossenkop, herkenbaar aan de spiraalvormige horens en de roodbruine kleur. Anders dan de levensecht gekarakteriseerde dieren is de aanwezige boer een nogal stereotype figuur die we vaker tegenkomen in het oeuvre van Potter. Bij generaties van Nederlandse schoolkinderen is hij bekend als ‘Teun’ van het leesplankje, de verpersoonlijking van de eenvoudige landman. In het houten hekje aan de linkerzijde ‘kerfde’ Potter met zwierige letters zijn naam.

De boer en zijn dieren staan dicht bij de beschouwer op een begroeide heuvel die duidelijk is afgescheiden van het achterliggende weiland met grazend vee. Vergeleken met de uiterst gedetailleerde weergave van de stier is de achtergrond bijzonder vlot en los geschilderd. Het weidse landschap mag gerekend worden tot het beste wat Potter op dit gebied heeft gepresteerd. Tussen de poten van de stier is een landhuis met een toren te zien en verder naar rechts verschijnt aan de horizon het silhouet van de kerk van Rijswijk.

In de verte pakken zich donkere wolken samen boven het landschap, waardoor een element van spanning aan het verder zo rustige tafereel is toegevoegd. Rechtsboven schilderde Potter een leeuwerik in vrije vlucht. Dit bescheiden detail voorkomt dat deze hoek te leeg lijkt in verhouding tot de rest van de voorstelling. En zorgt zo voor balans in de compositie.

Bij de restauratie van De stier in 1972 kwam aan het licht dat het doek aanvankelijk kleiner is geweest. Het middengedeelte bestaat uit twee aan elkaar genaaide stukken linnen met een fijne structuur. Aan de bovenzijde en de beide zijkanten is het oorspronkelijke doek door de schilder zelf uitgebreid met stroken groffer linnen van circa 40 à 60 cm. De naden van de aangezette stukken zijn nu nog met het blote oog te zien.

Waarschijnlijk was het in eerste instantie Potters bedoeling alleen de stier te schilderen en kreeg hij pas later het idee om er een meer algemeen veestuk van te maken. Het valt moeilijk te achterhalen in hoeverre het centrale gedeelte al voltooid was voordat de schilder het doek vergrootte. Mogelijk bevatte het niet meer dan een ruwe schets. In ieder geval is het landschap in de achtergrond, dat ook tussen de poten van de stier is te zien, in één keer geschilderd.

De reden voor de verandering van het oorspronkelijke concept is onbekend evenals de identiteit van de opdrachtgever en de uiteindelijke bestemming van het doek. Vooralsnog blijft het onduidelijk wat Potter bezielde om op eenentwintigjarige leeftijd een levensgrote stier te schilderen op een formaat waaraan hij zich nog niet eerder had gewaagd.

 

(dit is een bewerkte versie van een tekst geschreven door Edwin Buijsen, gepubliceerd in: A. Walsh, E. Buijsen, B. Broos, Paulus Potter: Schilderijen, tekeningen en etsen, Den Haag (Mauritshuis) 1994, pp. 74-77)

Detailgegevens

Algemene informatie
Paulus Potter (Enkhuizen 1625 - 1654 Amsterdam)
De stier
1647
schilderij
136
Zaal 12
Materiaal en technische gegevens
olieverf
doek
339 x 235,5 cm
Opschriften
links van het midden, op het hek: Paulus. Potter. / f. 1647.

Herkomst

Barbara Schas, weduwe van Willem Fabricius senior, Haarlem, voor 1718-1725; haar zoon, Albert Fabricius, Haarlem, 1725-in of voor 1732; zijn zoon, Willem Fabricius d’Almkerk, Haarlem, in of voor 1732-1749; zijn veiling, Haarlem, 19 augustus 1749 (Lugt 709), nr. 1 (voor 630 gulden aan Frans Decker voor Reynst); Jacob Reynst, Amsterdam, 1749; door hem geschonken aan prins Willem IV, Paleis Het Loo, Apeldoorn, 1749; prins Willem V, Den Haag, tot 1795; in beslag genomen door de Fransen, overgebracht naar het Muséum Central des Arts/Musée Napoléon (Musée du Louvre), Parijs, 1795-1815; Koninklijk Kabinet van Schilderijen, gehuisvest in de Galerij Prins Willem V, Den Haag, 1816; overgebracht naar het Mauritshuis, 1822