Anthony van Dyck

Portret van Peeter Stevens (c.1590-1668)

239 voorzijde
239 detail signatuur en datering
239 achterzijde
239 ingelijst
239 voorzijde
239 voorzijde

Anthony van Dyck
Portret van Peeter Stevens (c.1590-1668)

1627 Te zien in Zaal 2

In 1627 liet de Antwerpse lakenkoopman Peeter Stevens zich portretteren door Anthony van Dyck. Toen Stevens een jaar later trouwde, gaf hij Van Dyck de opdracht om ook zijn vrouw Anna te schilderen. Anna kwam links, zodat Steevens niet met zijn rug naar haar toe zou staan. Maar eigenlijk schreven de regels van het huwelijksportret voor dat de man links en de vrouw rechts hing.

Van Dyck was na Rubens dé Vlaamse portrettist van zijn tijd. Hij was geliefd omdat hij zijn opdrachtgevers net iets mooier en eleganter maakte dan ze werkelijk waren.

Technische details
239 voorzijde

Anthony van Dyck
Portret van Peeter Stevens (c.1590-1668)

1627 Te zien in Zaal 2

Naar boven

De vermogende lakenkoopman en kunstverzamelaar Peeter Stevens (ca. 1590-1668) was 37 jaar oud toen hij zich in 1627 door Anthony van Dyck (1591-1641) liet portretteren. Op 12 maart 1628 trouwde Steevens met de 22-jarige Anna Wake (1605-voor 1669). Zij was de oudste dochter van de schatrijke Engelse koopman Lionel Wake, die in Antwerpen woonde en een goede bekende was van Rubens. Het portret van Anna Wake is naar alle waarschijnlijkheid ter gelegenheid van hun huwelijk besteld, als tegenhanger van het kort daarvoor gemaakte portret van Stevens. De ring met vierkante steen aan haar linker duim is waarschijnlijk de trouwring.

Prachtig gekleed en met een waaier van zwart-witte struisvogelveren in haar hand draait zij zich naar haar kersverse echtgenoot terwijl ze de beschouwer aankijkt. Dat Anna Wake aan de rechterzijde van haar man is weergegeven is opvallend. Het was destijds namelijk gebruikelijk dat de vrouw aan de linkerzijde van de man werd afgebeeld (dus voor de beschouwer rechts). Maar Stevens was al vóór het huwelijk geportretteerd, als een zelfstandige voorstelling. Door zijn blikrichting en prominent weergegeven linker handschoen is hij iets naar links is gekeerd. Van Dyck kon daarom niet anders dan Anna Wake aan zijn rechterzijde te plaatsen.

Kunstliefhebber Peeter Stevens had er weinig gras over laten groeien en zich vrijwel direct na Van Dycks terugkomst uit Italië in september 1627 door de succesvolle meester laten schilderen. De aristocratische elegantie van zijn gestalte en het ogenschijnlijke gemak van de uitvoering van het portret zijn kenmerkend voor het Italiaanse renaissance-ideaal van sprezzatura (bestudeerde nonchalance), dat Van Dyck zich als geen ander had eigen gemaakt. Gedistingeerd is het gebaar van Stevens’ linkerhand in de kostbare leren handschoen met rijkgeborduurde kap.

Van Dycks fascinatie voor kleding blijkt misschien nog sterker uit het portret van Anna Wake. Haar kostuum is volgens de laatste Franse mode en met veel liefde voor detail in beeld gebracht. Haar platte, gesteven kraag en manchetten zijn afgezet met het allernieuwste Vlaamse kloskant. Ook de opbollende mouwen trekken de aandacht: over een witte ondermouw bestaat de bovenmouw uit zwarte repen stof die halverwege bijeen worden gehouden door een blauw lint.

(dit is een bewerkte versie van een tekst die gepubliceerd is in: E. Runia et al, Mauritshuis: Hoogtepunten uit de collectie, Den Haag 2017, p. 131)

Detailgegevens

Algemene informatie
Anthony van Dyck (Antwerpen 1599 - 1641 Londen)
Portret van Peeter Stevens (c.1590-1668)
1627
schilderij
239
Zaal 2
Materiaal en technische gegevens
olieverf
doek
99,4 x 112,5 cm
Opschriften
links, op de voet van de zuil: ÆT. SUA 37 / 1627 Ant.° van Dijck. fecit.

Herkomst

Peeter Stevens, Antwerpen; Govert van Slingelandt, Den Haag, in of vóór 1752-1767; zijn weduwe, Agatha Huydecoper, Den Haag, 1767-1768; veiling Van Slingelandt, Den Haag, 18 mei 1768 (Lugt 1683), nr. 7; de gehele verzameling verkocht aan prins Willem V; prins Willem V, Den Haag, 1768-1795; in beslag genomen door de Fransen, overgebracht naar het Muséum central des arts/Musée Napoléon (Musée du Louvre), Parijs, 1795-1815; Koninklijk Kabinet van Schilderijen, gehuisvest in de Galerij Prins Willem V, Den Haag, 1816; overgebracht naar het Mauritshuis, 1822