Hans Holbein de Jonge

Portret van Robert Cheseman (1485-1547)

276 voorzijde
276 detail opschrift
276 detail datering
276 achterzijde
276 ingelijst
276 voorzijde
276 voorzijde

Hans Holbein de Jonge
Portret van Robert Cheseman (1485-1547)

1533 Niet te zien

Het Latijnse opschrift maakt duidelijk wie deze edelman is: Robert Cheseman, 48 jaar in 1533. Cheseman was grootvalkenier van de Engelse koning Hendrik VIII, een erefunctie. Met een teder gebaar aait hij de vogel die op zijn hand zit.

De Duitse schilder Hans Holbein maakte dit meesterwerk kort nadat hij zich definitief in Engeland vestigde. Zijn verbluffende schildertechniek is goed te zien, bijvoorbeeld in de ingespannen blik van de man, het glanzende satijn van zijn mouwen en in het koperen belletje.

Technische details
276 voorzijde

Hans Holbein de Jonge
Portret van Robert Cheseman (1485-1547)

1533 Niet te zien

Naar boven

Dankzij het Latijnse opschrift weten we dat op dit schilderij uit 1533 Robert Cheseman (1485-1547) is geportretteerd, op 48-jarige leeftijd. Cheseman, een edelman die aan het hof van Hendrik VIII (1491-1547) groot aanzien genoot, is gekleed in een met bruin bont afgezette tabbaard (overmantel). Daaronder draagt hij een rood wambuis en een zwart kledingstuk waarvan een deel bij de kraag van de tabbaard zichtbaar is. De verschillende materialen van Chesemans kleren zijn zeer overtuigend weergegeven. Holbein heeft ook veel aandacht besteed aan de lichtval op de geplooide satijnen mouwen. Zijn gevoel voor detail blijkt ook uit de minutieuze weergave van het ‘smockwerk’ waarmee het witte hemd is afgezet.

Het fraaiste onderdeel van de voorstelling is de tot in alle details weergegeven giervalk met zijn bonte veren. Deze vogel is de grootste jachtvalk en bijzonder geschikt voor de jacht vanwege zijn krachtige klauwen en grote snelheid. Holbein beeldde de vogel in profiel af, voorzien van een jachtuitrusting. Op de kop is met behulp van veters een zogenaamde ‘steekhuif’ bevestigd en aan de linkerpoot een riempje met een belletje, waarmee het dier na het doden van zijn prooi beter kon worden opgespoord. De zogenaamde ‘langveter’, het leren koord waar Cheseman de vogel mee in bedwang houdt, is om de middel- en ringvinger gewonden van zijn linkerhand, die gestoken is in een zeemleren handschoen. Als sieraden draagt Cheseman aan zijn andere hand twee gouden ringen: een bewerkte ring aan zijn wijsvinger en een smallere aan zijn pink.

Tot 1792 was de valkenjacht in Engeland een vorstelijk privilege. Dat Cheseman hier desondanks met een zeldzame en kostbare valk is afgebeeld, komt doordat hij de functie van grootvalkenier van koning Hendrik VIII bekleedde. In die bevoorrechte functie is Cheseman, die de koning regelmatig op diens jachtpartijen moet hebben vergezeld, hier ongetwijfeld afgebeeld. Als telg uit een aanzienlijke adellijke familie vervulde hij tal van functies in dienst van de koning. Zo werd hij in 1531 aangesteld als ‘a Justice of the Peace’ (vredesrechter) in Middlesex, het gebied waar hij vandaan kwam, en had hij zitting in diverse door de koning ingestelde raden.

De meest recente restauratie heeft het voorkomen van het portret van Cheseman aanzienlijk veranderd. Voorheen ging de voorstelling schuil achter een vergeelde vernislaag en overschilderingen, vooral in de achtergrond en het opschrift. Tegenwoordig zijn de kleurnuances en modellering van Chesemans gezicht weer duidelijk zichtbaar geworden en tekent de figuur met zijn donkere mantel en baret zich scherper af tegen de lichter geworden achtergrond. De oorspronkelijk egaal blauwe achtergrond, waarvan het pigment azuriet in de loop der tijd door veroudering van het bindmiddel en overgebleven vernisrestanten een groenachtige toon heeft gekregen, was geheel in overeenstemming met andere schilderijen van Holbein. De weergave van de plooien van de oranjerode mouwen laat zich verder goed vergelijken met die op overige portretten van Holbein uit het begin van de jaren 1530, zoals ‘De ambassadeurs’ uit 1533 (Londen, The National Gallery). Het bijna vierkante formaat van het hier besproken schilderij is daarentegen uitzonderlijk. Holbein heeft wellicht voor dit afwijkende formaat gekozen om de figuur meer ruimte in het beeldvlak te geven. De ingespannen blik waarmee Holbein zijn model op dit schilderij naar een object buiten de voorstelling laat kijken – misschien zoekt Cheseman naar een geschikte prooi – verleent dit portret een bijzondere expressiviteit. De draaiing van het hoofd naar links krijgt een tegenbeweging in de enigszins opgeheven rechterarm en het bijna tedere gebaar van de rechterhand, waarmee Cheseman de valk lijkt te strelen.

Tijdens het schilderen heeft Holbein een aantal onderdelen van de compositie aangepast, wat vooral zichtbaar is bij de contouren. Omdat de verflagen in de loop der tijd transparanter zijn geworden is tegenwoordig met het blote oog te zien dat de duim is verkleind. Verder is uit onderzoek gebleken dat het zwarte hoofddeksel aan de linkerzijde eveneens is verkleind: de bonnet wordt daar een halve centimeter overlapt door de achtergrond. Ook de contouren van de satijnen mouwen zijn - aan de onderzijde – bijgewerkt.

(dit is bewerkte versie van een tekst gepubliceerd in: A. van Suchtelen, Q. Buvelot, P. van der Ploeg et al., Hans Holbein de Jonge 1497/98-1543: Portretschilder van de Renaissance, Den Haag (Mauritshuis) 2003, pp. 100-101)

Detailgegevens

Algemene informatie
Hans Holbein de Jonge (Augsburg 1497/1498 - 1543 Londen)
Portret van Robert Cheseman (1485-1547)
1533
schilderij
276
Materiaal en technische gegevens
olieverf
paneel
62,8 x 58,8 cm
Opschriften
links- en rechtsboven: ROBERTVS CHESEMAN . ÆTATIS . SVUÆ . XLVIII . / ANNO . DM . M . D . XXXIII .

Herkomst

Koning Charles I, Londen, tot 1649; koning James II, Londen, tot 1688; koning-stadhouder Willem III, Londen, na 1688; Paleis Het Loo, Apeldoorn, 1713; prins Willem V, Den Haag; in beslag genomen door de Fransen, overgebracht naar het Muséum central des arts/Musée Napoléon (Musée du Louvre), Parijs, 1795-1815; Koninklijk Kabinet van Schilderijen, gehuisvest in de Galerij Prins Willem V, Den Haag, 1816; overgebracht naar het Mauritshuis, 1822