Judith Leyster

Man die een vrouw geld aanbiedt

564 voorzijde
564 detail
564 achterzijde
564 ingelijst
564 voorzijde
564 voorzijde

Judith Leyster
Man die een vrouw geld aanbiedt

1631 Te zien in Zaal 13

Dit schilderij is van een van de weinige vrouwelijke schilders uit de 17de eeuw: Judith Leyster.

Bij het licht van een olielamp zit een jonge vrouw gebogen over een naaiwerkje, met haar voeten op een stoof. Een man probeert haar aandacht te trekken met een handvol munten – hij wil haar liefde kopen. Maar de vrouw gaat niet op zijn aanbod in en werkt onverstoorbaar door. Zij is een toonbeeld van deugdzaamheid.

Technische details

Signatuur met een ster

Het Mauritshuis kocht het schilderij in 1892 als een anoniem meesterwerk. Maar een jaar na aankoop werd de signatuur ontdekt. Judith Leyster signeerde met ILS en een ster. Het was een grapje over haar achernaam: Leid-ster.

Leyster Man Die Een Vrouw Geld Aanbiedt Detail Second Canvas
564 voorzijde

Judith Leyster
Man die een vrouw geld aanbiedt

1631 Te zien in Zaal 13

Naar boven

De kunstenaar van dit schilderij was bij aankoop in 1892 onbekend, maar Abraham Bredius (directeur Mauritshuis) herkende de ‘uitnemende kwaliteiten’ van dit ‘meesterstukje uit de bloeitijd van onze XVIIe eeuwsche schilderschool’. Voor slechts 1500 gulden kon hij het schilderij voor het Mauritshuis kopen. In het inventarisboek van het museum werd het ingeschreven als ‘Hollandsche school, omstreeks 1660’. Een jaar later werden een monogram en het jaartal 1631 op het paneel ontdekt. Het schilderij bleek dus veel vroeger vervaardigd dan men had gedacht en dat het monogram ‘ILS*’ (met een ster, van ‘lei-ster’) kon worden thuisgebracht als dat van Judith Leyster. Dit was te danken aan de onderdirecteur van het Mauritshuis, Cornelis Hofstede de Groot. In 1893 publiceerde hij de allereerste studie over Leyster waarin hij zeven schilderijen op haar naam bracht, waaronder het hier besproken paneel. Tegenwoordig zijn er zo’n twintig werken van haar hand bekend, die nagenoeg alle stammen van voor haar huwelijk in 1636 met collega-schilder Jan Miense Molenaer. Dankzij Bredius’ goede oog voor kwaliteit had het museum dus voor weinig geld een zeldzaam schilderij van deze belangrijke vrouwelijke kunstenaar verworven.

Het kleine paneel stelt een jonge vrouw voor die bij het licht van een olielampje zit te naaien. Haar voeten warmt ze op een stoof met brandende kooltjes. Achter haar doemt een man op die zich met een hand vol muntgeld aan haar opdringt. Met zijn linkerhand trekt hij aan de schouder van de vrouw. Zij blijft geconcentreerd naar haar naaiwerkje kijken en lijkt hem volkomen te negeren, maar mogelijk is het moment afgebeeld vlak vóórdat ze zich naar hem zal omwenden. De man draagt een diep over het voorhoofd getrokken bontmuts en is veel ouder dan het meisje dat er met haar blozende wangen, neergeslagen ogen en bedekkende schouderdoek kuis en onschuldig uitziet. Dat de man een onguur type is lijkt te worden bevestigd door zijn hoofddeksel, dat in die tijd een ‘moffe-muts’ werd genoemd en kon worden geassocieerd met (uit Duitsland afkomstige) onbetrouwbare figuren. De suggestieve slagschaduw op de muur achter de man draagt bij aan het dreigende karakter van zijn verschijning.

Leyster sluit in deze voorstelling aan bij de bekende iconografie van het ongelijke liefdespaar, waarbij de liefde (of wat ervoor door moet gaan) met geld wordt gekocht. Dit thema kende vooral in de literatuur een lange traditie en was in de zestiende- en vroeg-zeventiende-eeuwse prentkunst bijzonder populair. In zulke uitbeeldingen probeert een te oude of anderszins ongeschikte minnaar een jonge vrouw (of ook wel een oude vrouw een jongeling) met geld te verleiden. Soms wordt de minnaar afgewezen, maar dikwijls is de jeugd bereidwillig. Leysters opdringerige man is weliswaar niet stokoud, maar toch beduidend ouder dan de vrouw en over de betekenis van het handje munten dat hij ophoudt kan weinig misverstand bestaan. Origineel aan Leysters interpretatie van het thema – dat in de zeventiende-eeuwse schilderkunst verder niet vaak is uitgebeeld – is dat de vrouw de man volkomen negeert, kennelijk vastbesloten om niet op diens avances in te gaan. Het naaldwerk waarin ze is verdiept onderstreept in haar geval nog eens haar deugdzaamheid. In zestiende- en zeventiende-eeuwse geschriften stond deze bezigheid symbool voor Diligentia (naarstigheid). Naaiwerk gold als een belangrijke huishoudelijke vaardigheid, die een jonge vrouw zich bij haar opvoeding eigen diende te maken. Mogelijk heeft ook de warme stoof onder haar voeten een diepere betekenis. In een embleem van Roemer Visschers populaire bundel Sinnepoppen wordt de stoof ‘Mignon des Dames’ genoemd; je moet wel van goeden huize komen om de verlokkingen van dit ‘bemint iuweel by onse Hollantsche Vrouwen’ te overtreffen, volgens het begeleidende bijschrift.  Dat lijkt deze man in elk geval niet te lukken: Leysters jonge vrouw is in het geheel niet gediend van haar belager.

Het paneel heeft langs de rechter-, boven- en onderkant zijn oorspronkelijke afmetingen behouden, maar langs de linkerkant is waarschijnlijk een deel verloren gegaan als gevolg van houtwormschade. Daaruit kunnen we wellicht afleiden dat de figuren oorspronkelijk iets meer in het midden van het beeldvlak waren geplaatst. In vele schilderijen van Judith Leyster zijn pentimenti (veranderingen) waargenomen, zo ook in dit werk. Op de infraroodopname is te zien dat de man zijn hand aanvankelijk op de linkerschouder van de vrouw hield, bijna in haar nek en ook de positie van de tafel is enigszins gewijzigd. Daarnaast is de eerste opzet van de kleding van de vrouw op een later moment behoorlijk aangepast en de plooival veranderd. Dit getuigt van een tamelijk vrije, maar ook zoekende manier van schilderen waarbij een voorstelling tijdens het maakproces pas zijn definitieve vorm krijgt.

(dit is een bewerkte, Nederlandstalige versie van een tekst geschreven door Ariane van Suchtelen, gepubliceerd in: A. van Suchtelen, Q. Buvelot et al., Genre Paintings in the Mauritshuis, Den Haag 2016, pp. 123-127)

Detailgegevens

Algemene informatie
Judith Leyster (Haarlem 1609 - 1660 Heemstede)
Man die een vrouw geld aanbiedt
1631
schilderij
564
Zaal 13
Materiaal en technische gegevens
olieverf
paneel
24,2 x 30,8 cm
Opschriften
links, onder de tafel: ILS* / 1631
ILS ineen

Herkomst

Verzameling Münzenberger, Frankfurt am Main; Werner Dahl, Düsseldorf, 1892; aankoop, 1892 (voor 1.500 gulden als 'inconnu')