Carel Fabritius

Het puttertje

605 voorzijde
605 detail signatuur en datering
605 achterzijde
605 ingelijst
605 voorzijde
605 voorzijde

Carel Fabritius
Het puttertje

1654 Te zien in Zaal 14

Een distelvink zit, met een ketting aan zijn pootje, op zijn voederbakje. Distelvinken waren populair als huisdier, omdat je ze kon leren zelf met een miniatuuremmertje water uit een bakje putten. Vandaar dat ze puttertjes worden genoemd.

Dit is een van de weinige werken van Fabritius, die bekend zijn. Hij schilderde het puttertje met duidelijk zichtbare penseelstreken. De vleugel gaf hij aan met dikke gele verf, waar hij met de achterkant van zijn penseel een kras in zette.

Technische details

Gele veertjes

Puttertjes vallen op door hun rode maskertje én door hun vleugels. Tussen de zwarte en caramelkleurige veren zitten daar een paar knalgele. Fabritius maakte die veren door twee streken gele verf over het zwart te zetten. In de natte verf trok hij met de puntige achterkant van zijn penseel een ragfijn krasje, waardoor onder het geel het zwart zichtbaar werd. Dat had hij zo van zijn leermeester Rembrandt geleerd.

Fabritius Puttertje Detail Second Canvas
605 voorzijde

Carel Fabritius
Het puttertje

1654 Te zien in Zaal 14

Naar boven

De vogel die aan een ketting voor zijn voederbakje tegen een witgekalkte muur zit, is een distelvink (Carduelis carduelis), ook wel ‘puttertje’ genoemd. Deze vogel dankt zijn naam aan zijn handigheid om zelf drinkwater uit een bakje of een glas te putten, met behulp van een emmertje aan een ketting, ter grootte van een vingerhoed. Ook kan hij met zijn snavel zijn voederbak openen. De putter was in de zeventiende eeuw vanwege zijn vermogen dit kunstje aan te leren een populair huisdier. Zijn behuizing bestond meestal uit een voederbak zoals hier is te zien, die bevestigd was aan een lange achterplank. Aan de bovenkant daarvan bevond zich een hokje, soms in de vorm van een huisje met een trapgevel. Onderaan de plank bevond zich een houten platform met een rond gat waardoor het emmertje neergelaten kon worden.

Het puttertje is vlot geschilderd, in penseelstreken die duidelijk van elkaar zijn te onderscheiden. De verf is zowel dun als dik opgebracht, en plaatselijk zelfs heel pasteus. De gele veertjes in de zwarte vleugel vormen een opvallend kleuraccent. De rode verf in het kopje, die nu enigszins is verkleurd, zal oorspronkelijk ook een veel sprekender kleuraccent hebben gegeven. De voorstelling is geschilderd op een vrij dik paneeltje, dat uit een groter paneel is gezaagd. Dat heeft geleid tot verschillende speculaties over de oorspronkelijke functie van de voorstelling. Het zou bijvoorbeeld deel kunnen hebben uitgemaakt van een vinkenkooi zoals hierboven beschreven, maar dan met een geschilderd vogeltje. In dat geval was het een trompe l’oeil of oogbedrieger, waarbij de combinatie van tweedimensionale en driedimensionale onderdelen de bedrieglijkheid versterkt zou hebben. Een andere mogelijkheid is dat het fungeerde als deurtje van een wandnis. Hiervoor pleit dat de achtergrond van het schilderij de indruk wekt van een gepleisterde muur en dat het gezichtspunt erop duidt dat de voorstelling van onderaf moest worden bekeken. Een derde optie is dat het fungeerde als deurtje van een schilderijkastje, een kastje dat een ander schilderij beschermde tegen stof, vuil en beschadigingen. Dergelijke kastjes kwamen vrij algemeen voor.

Carel Fabritius was omstreeks 1641-1643 in de leer bij Rembrandt in Amsterdam. Zijn bewaarde oeuvre is klein, het omvat slechts een twaalftal schilderijen. De vroege werken zijn vrij rembrandtiek, terwijl de latere, die tussen 1650 en 1654 in Delft ontstonden, veel lichter zijn. Fabritius is vaak bestempeld als de wegbereider voor de bloeiperiode van de Delftse schilderschool van na 1650, waarin de nauwkeurige observatie van perspectief, licht, kleur en atmosferische effecten een grote rol speelden. Hij is zelfs de voorloper van Vermeer genoemd. Er lijkt echter eerder sprake van een artistieke wisselwerking dan van een eenzijdige beïnvloeding. In 1654, het jaar waarin Fabritius Het puttertje schilderde, kwam hij bij de ontploffing van het Delftse buskruitmagazijn vroegtijdig om het leven.

(dit is een bewerkte versie van een tekst gepubliceerd in: P. van der Ploeg, Q. Buvelot, Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis: Een vorstelijke verzameling, Den Haag 2005)

Detailgegevens

Algemene informatie
Carel Fabritius (Midden-Beemster 1622 - 1654 Delft)
Het puttertje
1654
schilderij
605
Zaal 14
Materiaal en technische gegevens
olieverf
paneel
22,8 x 33,5 cm
Opschriften
middenonder: C FABRITIVS 1654

Herkomst

Chevalier Joseph-Guillaume-Jean Camberlyn en erven, Brussel; gegeven aan Etienne-Joseph-Théophile Thoré, Parijs, 1865; zijn veiling, Parijs, Hôtel Drouot, 5 december 1892, nr. 10; verzameling Martinet, Parijs; verkocht op veiling Parijs, Hôtel Drouot, 27 februari 1896, nr. 16; aankoop, 1896