Carel Fabritius (1622-1654)

De meest getalenteerde leerling van Rembrandt

Carel Fabritius Het Puttertje MH605 Mauritshuis

Carel Fabritius was een schilder uit de Hollandse 17de eeuw met een geheel eigen stijl. Hij schilderde portretten, stillevens, stadsgezichten en historiestukken, vaak in heldere kleuren en met een subtiele lichtbehandeling.

In 1654 maakte Fabritius een van zijn meest bijzondere werken: Het puttertje. Het is een levensecht portret van een distelvink (putter) zittend voor een witte muur. In datzelfde jaar kwam de 32-jarige schilder plots om het leven door de ontploffing van een Delfts kruitmagazijn. Fabritius liet hierdoor een klein, maar wel buitengewoon veelzijdig oeuvre na van maar 12 schilderijen – allemaal unieke meesterwerken. 

 

Leven in Amsterdam en Delft

Fabritius werd geboren in de Middenbeemster, even ten noorden van Amsterdam. Als negentienjarige vertrok hij met zijn kersverse bruid Aeltje naar Amsterdam. Daar ging hij in de leer bij Rembrandt van Rijn (1606-1669). Op jonge leeftijd verloor Fabritius zijn eerste vrouw en drie kinderen. Met zijn tweede vrouw verhuisde hij in 1650 naar Delft.

Het illusionisme en de verstilde rust in zijn werk waren waarschijnlijk een inspiratiebron voor de schilder Johannes Vermeer (1632-1675). Net als Vermeer raakte Fabritius’ naam grotendeels in de vergetelheid. Halverwege de 19de eeuw werd hij ‘herontdekt’ door de Franse kunstcriticus Théophile Thoré (1807-1869). Tot dan toe werden zijn schilderijen meestal verhandeld als Rembrandts, soms zelfs met een valse Rembrandt-signatuur. 

Vermeer Gezicht Op Delft Mh0092 Mauritshuis
Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, c. 1660 - 1661

Leerling van Rembrandt

Door zijn vlotte penseelvoering wordt Fabritius als de meest getalenteerde leerling van Rembrandt beschouwd. Uiteindelijk ontwikkelde Fabritius een geheel eigen stijl, maar in zijn eerste schilderijen is de invloed van zijn leermeester nog goed zichtbaar. Het zijn in brede penseelstreken geschilderde historiestukken in donkere, warme kleuren en met een dramatische belichting – net zoals Rembrandt dat deed.

Rembrandt Van Rijn Saul En David MH621 Mauritshuis
Rembrandt van Rijn, Saul en David, c. 1651 - 1654 en c. 1655 - 1658

Eigen stijl

Toen Fabritius in 1650 naar Delft verhuisde, was in deze stad sprake van een ware bloeiperiode van de schilderkunst. Kunstenaars als Vermeer en Pieter de Hooch (1629-1684) hielden zich intensief bezig met de weergave van perspectief, licht en kleur.

Er zijn maar een paar schilderijen uit Fabritius’ Delftse jaren bewaard gebleven. Toch is daarop goed te zien dat zijn stijl was veranderd. Fabritius werkte met een lichter kleurenpalet. Met slechts een paar tinten grijs en okergeel wist hij als geen ander een verstilde sfeer weer te geven.

Trompe-l’oeil

Fabritius kon met zijn schilderijen de indruk wekken dat je naar een levensechte voorstelling kijkt. De term voor deze manier van schilderen is ‘trompe-l’oeil’ en betekent letterlijk ‘het oog bedriegen’. Al in de klassieke oudheid vond men het bedrieglijk getrouw weergeven van een levend wezen de moeilijkste uitdaging voor kunstenaars. Fabritius werkte met brede penseelstreken en schilderde juist maar weinig details. Tóch wist de kunstenaar hiermee een overtuigende illusie te creëren. Met zijn onscherpe contouren doet het puttertje bijvoorbeeld van een afstandje levensecht aan.

In een aantal van Fabritius’ schilderijen, zoals Het puttertje, is een witte muur met afbrokkelend pleisterwerk te zien. Hij gebruikte deze achtergrond zelfs voor portretten – heel bijzonder, want mensen lieten zich toen meestal voor een nette achtergrond portretteren. Fabritius schilderde kapot stucwerk met niet meer dan een paar dikke vegen verf, aangebracht met een paletmes. Door deze techniek lijkt het net alsof je naar een echte muur kijkt. Om de illusie nog meer te versterken, schilderde hij soms zelfs een spijkertje in de muur.

 

Carel Fabritius Het Puttertje MH605 Mauritshuis
Carel Fabritius, Het puttertje, 1654

Delftse donderslag

Op maandagochtend 12 oktober 1654 voltrok zich een grote ramp in Delft. Ongeveer 90.000 pond buskruit dat lag opgeslagen in een kruitmagazijn explodeerde. De ontploffing veroorzaakte een oorverdovende klap. Bijna een derde van de stad lag geheel in puin en op de plek van het magazijn gaapte een diepe krater. De ramp eiste vele slachtoffers, waarschijnlijk meer dan 500, en duizenden gewonden.
Op die ochtend was Carel Fabritius aan het werk. Zijn atelier, op een steenworp afstand van het kruitmagazijn, werd weggevaagd. Zwaargewond werd hij onder de brokstukken vandaan gehaald om even later te sterven. Veel van Fabritius werk moet toen zijn vernietigd. Uit zijn Delftse jaren zijn slechts vier schilderijen bewaard gebleven, maar het zijn stuk voor stuk iconen van de Hollandse schilderkunst. Hoe groot was deze talentvolle kunstenaar wel niet geworden als hij de ramp wél had overleefd?

 

Egbert Van Der Poel A View Of Delft After The Explosion Of 1654 National Gallery London
Egbert Lievensz. van der Poel, Gezicht op Delft na de explosie van 1654, 1654, National Gallery, Londen