Rachel Ruysch (1664-1750)

Faam tot ver buiten de landsgrenzen

Rachel Ruysch Vaas Met Bloemen Mh0151 Mauritshuis

Rachel Ruysch was een van de succesvolste Hollandse stillevenschilders uit de 17de en 18de eeuw. Haar verfijnde schilderijen met kleurrijke en levensechte bloemen behoorden tot de top van de bloemschilderkunst. Ruysch was hofschilder van een Duitse keurvorst en het eerste vrouwelijke lid van het Haagse kunstenaarsgenootschap Pictura. Haar faam reikte tot ver buiten de landsgrenzen.

Leven in Den Haag en Amsterdam

Ruysch werd geboren in Den Haag, maar groeide op in Amsterdam. Ze was de oudste dochter van Frederik Ruysch (1638-1731), de beroemde professor in de anatomie en plantkunde. Ze leerde het vak van Willem van Aelst (1627-1683). Hij was op dat moment de beste stillevenschilder van Amsterdam.

Toen Ruysch bijna dertig was, trouwde ze met de schilder Jurriaan Pool (1666-1745). Met hem kreeg ze tien kinderen waarvan de meeste jong stierven. Ruysch bleef tot op hoge leeftijd schilderen. Aan het eind van haar leven verscheen er een dichtbundel over haar schilderkunst. Dit was heel bijzonder, want nog nooit eerder was op die manier eer bewezen aan een Nederlandse kunstenaar.

Gerrit Adriaensz Berckheyde Jachtstoet Bij De Hofvijver Den Haag Mh0796 Mauritshuis
Gerrit Adriaensz Berckheyde, Een jachtstoet bij de Hofvijver in Den Haag, gezien vanaf de Plaats, c. 1690

Kansrijke start

Ruysch groeide op in een omgeving die haar meer kansen bood dan de meeste vrouwen hadden in die tijd. Haar vader Frederik Ruysch had een nieuwe conserveringstechniek ontwikkeld waarmee hij lichaamsdelen zo bewerkte dat ze bewaard konden worden. Het menselijk lichaam kon daardoor nog beter worden bestudeerd. Frederik had een grote rariteitenverzameling met opgezette dieren, gedroogde planten en lichaamsdelen op sterk water. Ook maakte hij kunstzinnige fantasielandschappen van geprepareerde menselijke organen en babyskeletjes. Zijn verzameling was een toeristische trekpleister en hij ontving vele hooggeplaatste gasten. Bovendien was Frederik amateurschilder en legde hij zijn eigen collectie vast in wetenschappelijke tekeningen.

Ook Ruysch tekende en schilderde haar vaders verzameling na. Zo goed dat ze op haar 15de toestemming kreeg om een kunstopleiding te volgen. Dat was niet uniek, maar wel ongebruikelijk voor een meisje. Bijna alle vrouwen die in de 17de of 18de eeuw beroepsschilder werden, kwamen uit een kunstenaarsfamilie. Zo ook Ruysch. Daarnaast had zij het uitzonderlijke geluk dat ze beschikking had tot haar vaders rariteitenverzameling. Tel daar een enorm schildertalent bij op en het kon haast niet anders dan dat Ruysch de top zou bereiken.

Levensecht

Ruysch werkte met grote precisie en probeerde alles zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. Onder leiding van haar leermeester Van Aelst begon ze met ‘bosgrondjes’: voorstellingen van slangen, slakken, padden en insecten tussen planten en struiken.

Met een zeer fijn penseeltje schilderde ze insecten, grassprietjes en kleine bloemetjes. Ook gebruikte ze bijvoorbeeld echt mos, gedoopt in verf, om de structuur van bosgrond aan te geven.

Willem Van Aelst Bloemstilleven Met Horloge Mh0002 Mauritshuis
Willem van Aelst, Bloemstilleven met horloge, 1663

Fictieve composities

Op Ruysch’ schilderijen zie je bloemen, planten en dieren die in het echt niet bij elkaar voorkomen. Dit kwam doordat ze schilderde naar levende én geprepareerde modellen. In haar bloemstukken bracht ze bloemen bijeen die in verschillende seizoenen bloeiden.

Zeldzame voorbeelden uit verre landen vond ze in de Hortus Botanicus, waar haar vader les gaf in plantkunde. Maar ook in haar vaders collectie. Hij wist bloemen zo te prepareren dat het leek alsof ze voor altijd in bloei stonden.

Rachel Ruysch Vaas Met Bloemen Mh0151 Mauritshuis
Rachel Ruysch, Vaas met bloemen, 1700

Werk en moederschap

Ruysch was een waar fenomeen in haar tijd. Ze zette als getrouwde vrouw en moeder van tien kinderen haar glansrijke carrière onverminderd voort. Vrouwelijke schilders, hoe getalenteerd of succesvol ook, legden vroeger hun penseel meestal voorgoed neer als zij trouwden. De enkeling die toch door bleef schilderden, deed dit meestal mondjesmaat – men vond dat een gehuwde vrouw nu eenmaal andere verantwoordelijkheden had.


Hoewel in die tijd meer vrouwelijke kunstenaars actief waren dan vaak wordt gedacht, waren ze veruit in de minderheid. Ze werden met verwondering, maar vaker nog met argwaan bekeken en soms 'mannen in een vrouwenlichaam' genoemd. Want artistiek talent was toch eigenlijk alleen voor mannen weggelegd?

Welgestelde klantenkring

Ruysch verkocht haar schilderijen voor enorme bedragen aan rijke verzamelaars en Europese vorsten. Ze hoefde daarom maar een aantal stukken per jaar te schilderen.

Van 1708 tot 1716 was Ruysch in dienst bij keurvorst Johan Wilhelm van de Palts in Düsseldorf. Ze had op dat moment al een groot gezin en hoefde daarom van de keurvorst niet naar Düsseldorf te verhuizen. Ruysch mocht in Amsterdam blijven wonen, als ze maar een schilderij per jaar leverde.

Voor de functie van hofschilder ontving ze jaarlijks een royale vergoeding. Ruysch kende dus geen geldzorgen. En toen ze op haar 59ste ook nog eens 75.000 gulden won in een loterij was ze in één klap een rijke vrouw.