Vrel, voorloper van Vermeer

Een 17de-eeuws mysterie

06 dec 2022

Jacobus Vrel, Vrouw op een stoel, met een kind achter het raam, na 1656. Parijs, Fondation Custodia, Collectie Frits Lugt

Iedereen kent de verstilde interieurs en dat ene Straatje van Johannes Vermeer. Weinig mensen weten dat de schilder Jacobus Vrel dit soort taferelen al maakte voordat het eerste meesterwerk van Vermeer zijn atelier verliet. In de tentoonstelling Vrel, voorloper van Vermeer deelt het Mauritshuis het verhaal achter deze mysterieuze schilder. Aan de hand van 13 schilderijen uit binnen- en buitenland gaan bezoekers op ontdekkingstocht en leren zij Jacobus Vrel kennen via zijn werken. Uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen komen twee bijzondere schilderijen naar Den Haag, waaronder Vrouw bij een venster (1654), het enige gedateerde werk van Vrel. De tentoonstelling Vrel, voorloper van Vermeer is van 16 februari tot en met 29 mei 2023 te zien. Vervolgens reist de tentoonstelling door naar de Fondation Custodia, Collectie Frits Lugt in Parijs, de samenwerkingspartner.

Wie was Jacobus Vrel?

Er is bijna niets bekend over de schilder Vrel. We weten dat hij ongeveer 50 schilderijen maakte. Vaak voorstellingen die zich op straat afspelen, of juist binnenshuis. Vrouw bij een venster uit Wenen maakte samen met twee andere schilderijen van Vrel deel uit van de verzameling van aartshertog Leopold Wilhelm van Oostenrijk (1614-1662). Een inventaris uit 1659 is de enige eigentijdse bron over de schilder. Onderzoek van de panelen leert ons dat Vrel al vele jaren voor 1654 actief was als schilder. En dus eerder dan de Delftse meesters Vermeer en Pieter de Hooch. Lange tijd stonden schilderijen van Vrel zelfs op naam van Johannes Vermeer. Zij schilderden dezelfde onderwerpen en deelden dezelfde initialen: JV. Signaturen van Jacobus Vrel waar zijn naam voluit stond vermeld, werden zelfs vervalst tot Vermeer-signaturen. Twee werken uit de tentoonstelling zijn ooit als ‘een Vermeer’ gekocht in 1888, Straatje met een bakkerij bij een stadsmuur, vermoedelijk de Waterstraat in Zwolle uit de Hamburger Kunsthalle en Interieur met lezende oude vrouw, met een jongen achter het raam, uit een privéverzameling.

Jacobus Vrel, Vrouw Die Uit Een Raam Leunt, 1654. Wenen, Kunsthistorisches Museum
Jacobus Vrel, Vrouw Die Uit Een Raam Leunt, 1654. Wenen, Kunsthistorisches Museum

Handelsmerk

Op veel van zijn schilderijen laat Vrel één vrouw zien, staand bij een venster in een kamer met hoog plafond, of zittend bij een schouw. Typerend is de kleding die de vrouw draagt; een donkere rok met witte omslagdoek. Voor de toeschouwers is het gezicht vaak niet te zien. Met deze typische elementen creëerde Vrel zijn eigen wereld. De soms wat gebrekkige weergave van het perspectief geven de voorstellingen een wat naïeve charme. Als toeschouwer let je daardoor nog meer op de details: de gebroken ruitjes in de ramen op zijn interieurvoorstellingen, of een wit papiertje in de hoek van de kamer, met daarop de signatuur van de schilder. De kunstenaar zelf vervaardigde diverse kopieën van zijn eigen schilderijen tot in detail. Dit fenomeen van kopiëren komt ook bij andere 17de-eeuwse Nederlandse (portret)schilders voor. Waarom Vrel dit deed, weten we niet. Maar het is een eenvoudige manier om de productie te vergroten.

Internationaal onderzoek

Wie was Jacobus Vrel? Om meer te weten te komen heeft een internationaal onderzoeksproject plaatsgevonden, waarbij drie musea hun krachten bundelden: de Alte Pinakothek, Bayerische Staatsgemäldesammlungen in München, de Fondation Custodia, Collectie Frits Lugt in Parijs en het Mauritshuis. De drie musea gaven opdracht tot 'dendrochronologisch onderzoek' (onderzoek naar jaarringen om een houten paneel te kunnen dateren) van verschillende schilderijen. Hieruit bleek dat deze ouder zijn dan gedacht. De straattaferelen ontstonden vermoedelijk vanaf omstreeks 1635-1640, de vroegste interieurs enkele jaren later. Om Vrel te kunnen plaatsen in een bepaald gebied in Nederland, is onderzoek gedaan naar de topografie van de straatjes op zijn schilderijen. Onderzoekers Dirk Jan de Vries en Boudewijn Bakker bestudeerden de straatjes en gevels. Zij nemen aan dat enkele straatjes te plaatsen zijn in Zwolle. Met behulp van infrarood* en röntgen-fluorescentie** werden ‘pentimenti’ (wijzigingen door de kunstenaar zelf) ontdekt. Figuren werden aangepast, of helemaal weggeschilderd, zoals een kind op een straattafereel van Vrel uit het Rijksmuseum. Op deze manier wist Vrel zijn composities te perfectioneren. Alle onderzoeksresultaten zijn terug te vinden in de Engelstalige monografie over Vrel, uitgegeven door het Mauritshuis, in samenwerking met de genoemde partners.

Infraroodreflectografie uitgevoerd  met behulp van de Vasari-scanner, onderzoek van: Jacobus Vrel, Straatje met een bakkerij bij een stadsmuur, vermoedelijk de Waterstraat in  Zwolle, na 1646.
Infraroodreflectografie uitgevoerd met behulp van de Vasari-scanner, onderzoek van: Jacobus Vrel, Straatje met een bakkerij bij een stadsmuur, vermoedelijk de Waterstraat in Zwolle, na 1646

Signatuur

Typerend voor Vrel is de manier waarop hij zijn schilderijen signeerde. Hij had als het ware een eigen ‘trademark’. Op diverse schilderijen zie je een wit briefje op de grond liggen. Op deze briefjes stond Vrels signatuur. Uit onderzoek is gebleken dat meerdere variaties op zijn signatuur werden gebruikt. Zo komt ‘J V’ terug, maar ook ‘J Vrel’, ‘Jacobus Vreelle’ of ‘Jaco / büs / frell’, waarbij de Duitse spelling van de voornaam mogelijk verwijst naar een verblijf in de grensregio met Duitsland.

Begunstigers

De tentoonstelling Vrel, voorloper van Vermeer is mede tot stand gekomen met steun van M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, het Mondriaan Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting de Johan Maurits Compagnie en Vrienden van het Mauritshuis.