Johannes Vermeer

Meisje met de parel

670 voorzijde
670 detail signatuur
670 achterzijde
670 ingelijst
670 voorzijde
670 voorzijde

Johannes Vermeer
Meisje met de parel

1665 Te zien in Zaal 15

Meisje met de parel is het beroemdste schilderij van Vermeer. Het is geen portret, maar een tronie: een fantasiekop. Tronies beelden een bepaald type of karakter uit, in dit geval een meisje in exotische kledij, met een oosterse tulband en een onwaarschijnlijk grote parel in het oor.

Vermeer was de meester van het licht. Hier is dat te zien aan het zachte in het meisjesgezicht, de glimlichtjes op haar vochtige lippen. En aan de glanzende parel.

Technische details

Bekijk het Mauritshuis met je oren

Hoe klinkt een schilderij? In ons muziekproject Bekijk het Mauritshuis met je oren schrijven muzikanten popsongs geïnspireerd op schilderijen uit onze collectie.

Spinvis - bekend van de nummers Bagagedrager en Kom terug, koos voor het Meisje met de parel. Hij is gefascineerd door alle paraplu’s, broodtrommels en koelkastmagneten die er van Vermeers Meisje met de parel zijn. En dat terwijl niemand weet wie ze is. Hij ving haar mystiek in een poëtische tekst met een bijna religieus kamerkoor.

Alle audiofragmenten

  • Spinvis

    Zanger

    Spinvis Parel Bekijk Het Mauritshuis met je oren
Bekijk Het Mauritshuis Met Je Oren Spinvis Voor Het Meisje Met De Parel2

Te groot om waar te zijn

Deze parel is te groot om waar te zijn; het is waarschijnlijk een nepparel. Vermeer schilderde hem met maar twee halen witte verf: één aan de onderkant als weerkaatsing van de kraag en één dikke lik aan de bovenkant. Verder is er niks, niet eens een zilveren ophanghaakje.

Vermeer Meisje Met De Parel Detail Second Canvas
670 voorzijde

Johannes Vermeer
Meisje met de parel

1665 Te zien in Zaal 15

Naar boven

Een jonge vrouw kijkt ons over haar schouder aan. Ze houdt haar hoofd een beetje scheef, haar grijsblauwe ogen glinsteren, de mond is licht geopend en de lippen zijn een beetje vochtig. Om haar hoofd heeft zij een gele en een blauwe stof gewikkeld tot een tulband en in haar oor draagt ze een oorbel met een parel. Aan dit meer dan levensgrote sieraad dat zo opvalt in het midden van de compositie, dankt dit schilderij zijn titel.

Het schilderij is een staalkaart van Vermeers virtuoze schildertechniek. Het gezicht is heel zacht gemodelleerd, niet heel gedetailleerd, maar met geleidelijke overgangen en onzichtbare penseelstreken. De kleding is schematischer weergegeven en is verlevendigd met kleine verfstipjes die de weerkaatsing van het licht suggereren – een handelsmerk van Vermeer. Toch is er een duidelijk verschil van materialen gesuggereerd, bijvoorbeeld tussen de witte kraag, die met dikke streken pasteuze verf is neergezet, en de drogere verf van de tulband – waarvoor Vermeer het kostbare pigment ultramarijn gebruikte. Maar het meest bijzonder is de parel. Die bestaat uit niet veel meer dan twee verfstreken: linksboven een helder lichtaccent en aan de onderkant de zachte weerschijn van de witte kraag.

De tulband is geen kledingstuk dat Hollandse meisjes droegen in de zeventiende eeuw. Met dit accessoire maakte Vermeer van het meisje een oosters type. Dergelijke voorstellingen werden in de zeventiende eeuw tronies genoemd. Tronies zijn geen portretten; ze werden niet gemaakt om een zo goed mogelijke gelijkenis van een individu weer te geven. Hoewel er vermoedelijk wel iemand model zat, ging het bij een tronie vooral om een studie van een hoofd dat een bepaald karakter of een bepaald type moest verbeelden. Rembrandt had omstreeks 1630 de tronie in de Hollandse kunst populair gemaakt. Hij heeft er tientallen geschilderd, waarbij hij zelf vaak model zat, bijvoorbeeld met een bijzondere baret of een helm op het hoofd.

De parel is te groot om echt te zijn. Het zou kunnen dat het meisje een druppelparel draagt van glas dat gevernist is om het een matte glans te geven. Maar het kan natuurlijk ook dat Vermeer de parel naar de fantasie heeft geschilderd. Parels, echte dan wel imitaties, waren in de mode omstreeks 1650-1680. We komen ze vaak tegen op schilderijen van Frans van Mieris, Gabriël Metsu en Gerard ter Borch.
 
Pas sinds 1881 is Meisje met de parel in bredere kring bekend. Het schilderij was toen te koop op een veiling in het Venduhuis der Notarissen in Den Haag. Op de kijkdag trok het de aandacht van de invloedrijke cultuurambtenaar Victor de Stuers, die daar samen met zijn vriend en buurman was, de kunstverzamelaar A.A. des Tombe. Volgens de overlevering was het schilderij zwaar verwaarloosd, maar herkende De Stuers het als een Vermeer. Een andere versie van het verhaal wil dat het schilderij te vuil was om goed te kunnen worden beoordeeld. Volgens deze lezing zou pas veel later, na de schoonmaak waarbij de signatuur te voorschijn kwam, gebleken zijn wie de schilder was. Hoe het ook zij, De Stuers en Des Tombe spraken af dat ze bij de veiling niet tegen elkaar op zouden bieden en zo verwierf Des Tombe het schilderij voor het luttele bedrag van twee gulden plus dertig cent opgeld.

De collectie van Des Tombe, die niet alleen uit oude meesters bestond maar ook werken van tijdgenoten bevatte, was in zijn woning aan de Parkstraat 26 in Den Haag voor bezoekers toegankelijk. De toekomstige directeur van het Mauritshuis, Abraham Bredius, was in 1885 de eerste die Meisje met de parel in de Parkstraat bejubelde: ‘Vermeer doodt ze allen; het meisjeskopje, zoo uitmuntend gemodelleerd, dat men haast vergeet een doek voor zich te hebben, en dat éénige licht uitstralende, behoudt geheel alleen uwe aandacht’. Bij zijn overlijden op 16 december 1902 bleek Des Tombe per geheim testament twaalf schilderijen aan het Mauritshuis te hebben nagelaten, waaronder Meisje met de parel.

(dit is een bewerkte versie van een tekst gepubliceerd in: P. van der Ploeg, Q. Buvelot, Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis: Een vorstelijke verzameling, Den Haag 2005, pp. 256-258)

Detailgegevens

Algemene informatie
Johannes Vermeer (Delft 1632 - 1675 Delft)
Meisje met de parel
1665
schilderij
670
Zaal 15
Materiaal en technische gegevens
olieverf
doek
39 x 44,5 cm
Opschriften
linksboven: IVMeer
IVM ineen

Herkomst

(?) Pieter Claesz van Ruijven, Delft, vóór 1674; (?) zijn weduwe, Maria de Knuijt, Delft, 1674-1681; (?) hun dochter Magdalena van Ruijven en Jacob Dissius, Delft, 1681-1682; (?) Jacob Dissius (met zijn vader Abraham Dissius, 1685-1694), Delft, 1682-1695; (?) veiling Dissius, Amsterdam, 16 mei 1696, nr. 38 (f 36,-), 39 (f 17,-) of 40 (f 17,-); veiling Braams, Den Haag, 1881 (dag en maand onbekend) (f 2,30 aan Des Tombe); A.A. des Tombe, Den Haag, 1881-1902 (in 1881 in bruikleen aan het Mauritshuis); legaat van Arnoldus Andries des Tombe, Den Haag, 1903