Gerrit Dou

'De jonge moeder'

32 voorzijde
32 detail signatuur en datering
32 achterzijde
32 ingelijst
32 voorzijde
32 voorzijde

Gerrit Dou
'De jonge moeder'

1658 Te zien in Zaal 10

Een jonge vrouw zit met haar naaiwerk bij het raam, met naast haar een dienstmeisje dat bij de wieg knielt. De schilder is Gerrit Dou, de grondlegger van de Leidse fijnschilders. Hij werkte zó minutieus dat de losse verfstreken nauwelijks zijn te onderscheiden.

Dit schilderij maakte in 1660 deel uit van een diplomatiek geschenk van Holland aan de nieuwe koning van Engeland, Charles II. De koning bood Gerrit Dou daarop meteen een vaste betrekking aan het hof aan. Maar die bedankte voor de eer.

Technische details

Signatuur

Dou signeerde het schilderij in het glas-in-loodraam. Daar schilderde hij GDOV.1658 alsof het in het glas zelf is gebrandschilderd. Heel subtiel.

Gerrit Dou Jonge Moeder Detail Second Canvas
32 voorzijde

Gerrit Dou
'De jonge moeder'

1658 Te zien in Zaal 10

Naar boven

Begin 1628 meldde Gerrit Dou zich als leerling bij Rembrandt op diens Leidse atelier. Hij was daarmee de allereerste pupil van de nog jonge Rembrandt, en ook een van de meest getalenteerde. Dou zou echter niet beroemd worden met schilderijen in de stijl van zijn leermeester, maar met voorstellingen waarin de penseelstreek onzichtbaar diende te zijn. Dou maakte letterlijk ‘school’: hij wordt beschouwd als de nestor van de ‘Leidse fijnschilders’, een stroming waartoe ook Frans van Mieris de Oude, Gabriël Metsu en Godfried Schalcken worden gerekend. De uiterst zorgvuldige wijze waarop Dou zijn beroep uitoefende, wordt treffend geïllustreerd door een beroemde anekdote die de kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken aanhaalt in zijn Groote Schouburgh der Nederlantsche Konstschilders en Schilderessen (1718-1721). Dou zou in zijn atelier een grote parasol hebben opgesteld boven zijn schildersezel, en na het betreden van zijn atelier en het plaatsnemen achter de ezel eerst wachten ‘tot het stof was nedergedaelt’ alvorens aan het werk te gaan.

‘De jonge moeder’ toont een ruim en hoog vertrek waarin een jonge vrouw met een naaldwerkje op schoot bij haar kind zit, een baby in een wiegje. Naast het wiegje zit een dienstmeisje. Het heldere daglicht dat door het venster naar binnen valt, laat het oppervlak van de door het vertrek verspreid liggende voorwerpen goed uitkomen. Op de achtergrond zijn vaag enkele figuren in een schemerachtige keuken te zien. De kwaliteiten van Dou’s fijnschilderkunst treden het duidelijkst naar voren in het tenen wiegje, het glanzende vaatwerk en het gezicht van de jonge vrouw.

Voorstellingen van moeders met hun kinderen, in een opgeruimd interieur en bezig met huishoudelijk werk, werden wel opgevat als een uitbeelding van de deugdzaamheid. Het is niet duidelijk in hoeverre zo’n duiding hier ook geoorloofd is, omdat het bijwerk daarover niet expliciet is. Het opvallendste detail is het reliëf met engeltjes op de zuil in het midden van het vertrek, waarvan de betekenis ons helaas ontgaat. De jas en de sabel daarnaast verwijzen naar de afwezige echtgenoot en vader. Objecten als de wereldbol bovenop de kast, de inktkoker en de folianten, de gebruikelijke attributen van studie, mogen - in de ogen van een zeventiende-eeuwer - tot zijn domein worden gerekend.

In 1660 besloten de Staten van Holland en West-Friesland om de nieuwe koning van Engeland, Karel II (1630-1685), die als balling in Den Haag had verbleven, te vereren met een diplomatiek geschenk. Naast Italiaanse schilderijen, een voorliefde van de vorst, bevatte deze ‘Dutch Gift’ ook een werk van Gerrit Dou: ‘De jonge moeder’. Dit schilderij beviel de koning zo goed dat hij Dou een positie als hofschilder aanbood. Deze wees het aanbod af. Ruim dertig jaar was het schilderij een van de pronkstukken van de omvangrijke Engelse koninklijke verzamelingen, tot stadhouder Willem III (1650-1702), die in 1689 koning van Engeland was geworden, het schilderij samen met ongeveer dertig andere werken naar Nederland haalde.

(dit is een bewerkte versie van een tekst gepubliceerd in: P. van der Ploeg, Q. Buvelot, Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis: Een vorstelijke verzameling, Den Haag 2005, p. 180)

Detailgegevens

Algemene informatie
Gerrit Dou (Leiden 1613 - 1675 Leiden)
'De jonge moeder'
1658
schilderij
32
Zaal 10
Materiaal en technische gegevens
olieverf
paneel
55,5 x 73,7 cm
Opschriften
linksboven, op het raam: GDOV. / 1658
GD ineen; de 8 is over een ander cijfer geschilderd
linksonder: N 35
rechtsonder: 501

Herkomst

Verworven van de kunstenaar door de Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en West-Friesland, oktober 1660; onderdeel van de ‘Dutch gift’ aan Karel II, Londen, 22 november 1660; koning Karel II, Londen, 1660-1685 (inventaris 1666-1667, nr. 389); koning Jacobus II, Londen, 1685-1688 (Whitehall inventaris 1688, nr. 501); overgebracht door koning-stadhouder Willem III van Londen naar Paleis Het Loo, Apeldoorn, na 1689; vererfd aan zijn neef, Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, Paleis Het Loo, 1702-1711 (zijn zegel op de achterzijde van het paneel); zijn weduwe, Maria Louise van Hessen-Kassel, Apeldoorn en Leeuwarden, 1711-1731 (taxatie Paleis Het Loo 1712, nr. 4; inventaris Paleis Het Loo 1713, nr. 897; ter veiling aangeboden als onderdeel van de veiling Jan van Beuningen, Amsterdam, 13 mei 1716 [Lugt 257], nr. 58, ingekocht voor 1.310 gulden en teruggegeven aan Maria Louise voor 1720; inventaris Paleis te Leeuwarden 1731, nr. 293); haar zoon, prins Willem IV, overgebracht van Leeuwarden naar Paleis Het Loo, Apeldoorn, 1731-1751; prins Willem V, Apeldoorn en Den Haag, 1751-1795 (inventaris Paleis Het Loo 1757, nr. 86; overgebracht van Apeldoorn naar het Stadhouderlijk Kwartier, Den Haag 1763; Galerij Prins Willem V, Den Haag, vanaf 1774); in beslag genomen door de Fransen, overgebracht naar het Muséum central des arts/Musée Napoléon (Musée du Louvre), Parijs, 1795-1815; Koninklijk Kabinet van Schilderijen, gehuisvest in de Galerij Prins Willem V, Den Haag, 1816; overgebracht naar het Mauritshuis, 1822