Gerard ter Borch

Een moeder die het haar van haar kind kamt, bekend als 'De luizenjacht'

744 voorzijde
744 detail signatuur
744 achterzijde
744 ingelijst
744 voorzijde
744 voorzijde

Gerard ter Borch
Een moeder die het haar van haar kind kamt, bekend als 'De luizenjacht'

c. 1652-1653 Te zien in Zaal 15

Een moeder kamt geconcentreerd het haar van haar kind op zoek naar luizen. Het joch ondergaat het gepeuter aan zijn hoofd gelaten. Ter Borch schilderde veel van dit soort genrevoorstellingen, waarbij de hoofdpersonen geheel opgaan in hun bezigheden.

De luizenjacht bevat vermoedelijk een moraal. Moederlijke zorg, orde en netheid waren bij uitstek de eigenschappen van de goede huisvrouw. In de 17de eeuw gold de luizenkam als een symbool voor zowel een schoon uiterlijk als een rein innerlijk.

Technische details
744 voorzijde

Gerard ter Borch
Een moeder die het haar van haar kind kamt, bekend als 'De luizenjacht'

c. 1652-1653 Te zien in Zaal 15

Verworven met steun van de Vereniging Rembrandt, 1913
Naar boven

Op uiteenlopende schilderijen in het Mauritshuis spelen kinderen een prominente rol. Ook dit ingetogen jongetje op Gerard ter Borchs ‘De luizenjacht’ is uiterst geliefd bij het publiek. Dat het kind een jongen is, blijkt uit zijn witte kiel, destijds een vast onderdeel van de kleding van jongens. Omdat men dat wel praktisch vond droegen in de zeventiende eeuw niet alleen meisjes, maar ook jongens een rok tot ongeveer hun zesde levensjaar. Hier draagt hij daaroverheen nog een schort om zijn onderkleding tegen vuil te beschermen. Ook het langere haar, met lokken die op de schouders vallen, was allesbehalve ongewoon voor jongens.

De vrouw buigt zich voorover om het hoofdhaar van de jongen goed te kunnen inspecteren, waarbij hij achterover leunt tegen haar schoot. Terwijl de jongen wat dromerig wegkijkt vanuit zijn ooghoeken, wacht hij geduldig tot de vrouw klaar is om daarna een hap van de appel in zijn handen te kunnen nemen. Bij gebrek aan specifieke verzorgingsproducten voor het haar was regelmatig doorkammen van essentieel belang. Net als tegenwoordig was er grote kans dat jonge kinderen hoofdluis opliepen en daarom controleerden moeders de hoofdhuid van hun kroost zorgvuldig.

Met zijn subtiele lichtwerking, verfijnde kleurschakeringen en weergaloze stofuitdrukking behoort dit schilderij tot de hoogtepunten in het rijke oeuvre van Ter Borch. De figuren zijn geschilderd in een bescheiden palet, dat harmonieus overgaat in de grijsgroene kleur van de achtergrond. Penseelstreken zijn nauwelijks zichtbaar en alleen in de passages waar haar, bont of fluweel is weergegeven, kan een individuele toets worden waargenomen. Typerend voor deze kunstenaar is de delicate behandeling waarbij de verf in opeenvolgende, dunne lagen is aangebracht, vaak nat-in-nat. Oorspronkelijk had het met bont afgezette jasje niet zo’n onbestemde kleur als nu maar was het blauw, waarvan we nog een glimp kunnen opvangen bij de schouder van de vrouw.

‘De luizenjacht’ wordt traditioneel in 1652 of 1653 gedateerd, een datering die nog altijd houdbaar is. Voor de vrouw op dit schilderij stond Ter Borchs stiefmoeder Wiesken Matthijs model, geboren in 1607. Zij was de oudere zus van zijn eigen echtgenote Geertruid Matthijs en de derde vrouw van zijn vader Gerard ter Borch de Oude – en daarmee dus zowel de stiefmoeder als schoonzus van onze kunstenaar. De gelaatstrekken van de vrouw op dit schilderij vertonen grote gelijkenis met een portret dat Gerards achttien jaar jongere halfbroer Mozes ter Borch op 21 januari 1660 van Wiesken Matthijs tekende. Op de achterzijde van dit blad schreef de vader van Gerard en Mozes: ‘Anno.1660. Mosus ter Borch. nae zijn Moeder geteickent’, waarmee de identiteit van de vrouw met zekerheid is vast te stellen. Zij was dus de moeder van Mozes ter Borch. Er is in aansluiting op deze identificatie wel eens gesuggereerd dat Mozes derhalve model zou hebben gestaan voor het jongetje. Portretjes die Gerard ter Borch van zijn in 1645 geboren halfbroer maakte en de zelfportretjes die Mozes al op zeer jonge leeftijd heeft getekend, tonen echter een ander gezicht met een karakteristiek wipneusje. De familie was opmerkelijk artistiek begaafd, want naast Gerard en Mozes waren ook zus Gesina en broer Harmen actief als kunstenaar.

Behalve visueel genot biedt ‘De luizenjacht’ ook een wijze les. In het zeventiende-eeuwse Holland stonden het huwelijk en het gezinsleven hoog aangeschreven. De taken en plichten van de vrouw werden door predikanten en schrijvers verheerlijkt en door schilders afgebeeld. Moederlijke zorg, orde en netheid waren bij uitstek de eigenschappen van een deugdzame huisvrouw. De luizenkam werd door Hollandse zeventiende-eeuwse auteurs gezien als symbool daarvan. Boven een afbeelding van een luizenkam in de emblematabundel Sinnepoppen van Roemer Pietersz Visscher uit 1614 staat als opschrift ‘Purgat et ornat’ (hij [de kam] reinigt en siert). Ook dichter en moralist Jacob Cats zag de kam als een zinnebeeld van de properheid: ‘De kam is wonder nut, de kam is wonder net / De kam is die het hooft in beter order set’. Het achterliggende idee is dat een verzorgd uiterlijk een fatsoenlijke geest weerspiegelt.

(dit is een bewerkte, Nederlandstalige versie van een tekst geschreven door Quentin Buvelot, gepubliceerd in: A. van Suchtelen, Q. Buvelot et al., Genre Paintings in the Mauritshuis, Den Haag 2016, pp. 44-49)

Detailgegevens

Algemene informatie
Gerard ter Borch (Zwolle 1617 - 1681 Deventer)
Een moeder die het haar van haar kind kamt, bekend als 'De luizenjacht'
c. 1652-1653
schilderij
744
Zaal 15
Materiaal en technische gegevens
olieverf
paneel
28,7 x 33,2 cm
Opschriften
op de stoelpoot, net onder het jak van de vrouw: GTB
ineen; sleets

Herkomst

Johannes van Bergen van der Grijp, Leiden; zijn veiling, Zoeterwoude, 25 juni 1784 (Lugt 3750), nr. 133 (voor 371 gulden aan Delfos); kunsthandel Abraham Delfos, Leiden, 1784; Hendrik Rottermond, Den Haag; zijn veiling, Amsterdam, 18 juli 1786 (Lugt 4072), nr. 32 (voor 300 gulden aan Fouquet); kunsthandel Pieter Fouquet, Amsterdam, 1786; Dorothea, barones de Pagniet, Utrecht, tot 1836; haar veiling, Utrecht, 26 juli 1836 (Lugt 14441), nr. 32 (voor 1.175 gulden aan Steengracht); jonkheer Johan Steengracht van Oostcapelle, Den Haag, 1836-1846; verworven op een familieveiling door zijn tweede zoon, jonkheer Hendrik Steengracht van Oostcapelle, Den Haag, 1846-1875; vererfd aan zijn neef, Hendricus Adolphus Steengracht van Duivenvoorde, Den Haag en Voorschoten, 1875-1912; zijn veiling, Parijs, 9 juni 1913 (Lugt 72900), nr. 7 (voor 305.000 francs aan Frederik Muller voor de Vereniging Rembrandt); verworven met steun van de Vereniging Rembrandt, 1913