Judith Leyster (1609-1660)

Een beroemd kunstenaar en succesvol zakenvrouw

Judith Leyster Man Die Een Vrouw Geld Aanbiedt 564 Mauritshuis

De Haarlemse Judith Leyster was een kunstenaar uit de Hollandse 17de eeuw. Van de kleine groep vrouwelijke schilders die we kennen uit die tijd is zij de beroemdste. Als eerste vrouw werd ze door een schildersgilde erkend als ‘meesterschilder’. Daardoor kon ze net als mannelijke kunstenaars een eigen atelier opzetten, leerlingen opleiden en zelf haar schilderijen verkopen.

Waar andere vrouwelijke collega’s vooral stillevens schilderden, maakte Leyster juist ambitieuze en moderne genrestukken. Die schilderde ze niet gedetailleerd en verfijnd, maar juist met een ‘losse’ schildertechniek. Dat was bijzonder, want in die tijd was Leyster de enige Hollandse vrouwelijke kunstenaar die op deze manier werkte.

Leven in Haarlem

Al op haar twintigste was Leyster een volleerd schilder en een lokale bekendheid in Haarlem. Mogelijk leerde ze in het atelier van Frans de Grebber (1573-1649) het vak. Ondanks Leysters talent en ambitie zijn er maar tientallen werken van haar hand bewaard gebleven. In 1636 trad ze in het huwelijk met de schilder Jan Miense Molenaer (ca. 1610-1668). Met hem kreeg ze vijf kinderen, waarvan er maar twee volwassen zouden worden.

Na haar dood raakte Leyster in de vergetelheid. Tot ze in 1893 werd ‘herontdekt’ door kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot (1863-1930) die haar monogram herkende op zeven schilderijen. Tegenwoordig geldt Leyster als een van de belangrijkste Nederlandse schilders uit de jaren 1630.

Jacob Van Ruisdael Gezicht Op Haarlem Met Bleekvelden MH155 Mauritshuis
Jacob van Ruisdael, Gezicht op Haarlem met bleekvelden, c. 1670 - 1675

Moderne figuurstukken

Leyster schilderde populaire ‘moderne’ figuurstukken – geen enkele andere vrouw deed dat toen. Het zijn voorstellingen van mensen gekleed volgens de laatste mode die zich bezighouden met allerlei activiteiten. Bijvoorbeeld gezelschappen van mooi uitgedoste, feestvierende jonge mannen en vrouwen. Leyster deed dit op een heel originele manier. In haar werken staan de figuren, hun emoties en hun bezigheden altijd centraal. Het is opvallend dat ze vrijwel geen aandacht besteedde aan het uitwerken van de ruimtes en achtergronden. Het zogenaamde ‘bijwerk’ hield ze minimaal, zodat alle aandacht uitging naar de mensen.

Menselijke figuren schilderen werd in Leysters tijd gezien als een van de grootste uitdagingen voor een kunstenaar. Schilders moesten hiervoor overtuigend emoties en gezichtsuitdrukkingen kunnen weergeven. Een lach schilderen is bijvoorbeeld erg moeilijk. Leyster was een van de weinigen die dit goed kon. Op een van haar zelfportretten is ze zelfs met een glimlach te zien. Mogelijk was dit grote zelfportret haar ‘meesterstuk’ - de proeve van bekwaamheid om tot het schildersgilde te worden toegelaten.

Levendige verftoets

Leyster schilderde met zichtbare, losse penseelstreken. Op deze manier treffend kunnen schilderen is erg lastig, maar Leyster beheerste deze techniek perfect. Opvallend is dat ze naast figuurstukken ook stillevens met levendige verfstreken schilderde. Meestal kozen schilders hiervoor een verfijndere schilderwijze.

Haar losse penseelvoering doet denken aan die van haar tijd- en stadsgenoot Frans Hals (1582/83-1666). Ook hij schilderde ‘ruw’. Al tijdens haar leven werden Leysters schilderijen soms voor werken van Hals aangezien. Er werd ook lang gedacht dat ze een leerling van Hals moet zijn geweest. Maar daarvoor zijn geen aanwijzingen.

Frans Hals Lachende Jongen MH1032 Mauritshuis
Frans Hals, Lachende jongen, c. 1625

Vernieuwend schaduwwerk

Leyster maakte in haar schilderijen veel gebruik van spannende lichteffecten en scherpe licht-donkercontrasten. Dit was in de jaren 1630 in de mode en deden wel meer kunstenaars, zoals Rembrandt (1606-1669) en de Utrechtse caravaggisten. Bijzonder is dat Leyster soms meer dan de helft van het beeldvlak vulde met schaduwpartijen. Ook liet ze gezichten wel eens bijna geheel in het donker verdwijnen.

Judith Leyster Man Die Een Vrouw Geld Aanbiedt 564 Mauritshuis
Judith Leyster, Man die een vrouw geld aanbiedt, 1631

Meesterschilder en zakenvrouw

In 1633 werd Leyster toegelaten tot het Sint-Lucasgilde en mocht ze zichzelf meesterschilder noemen. Het Haarlemse gilde telde op dat moment ongeveer dertig leden, waarvan Leyster de enige vrouw was. Het lidmaatschap bracht haar sociale zekerheid. Anders dan veel vrouwelijke kunstenaars uit de 17de eeuw kwam Leyster niet uit een kunstenaarsfamilie of welgestelde kring - zij schilderde om de kost te verdienen. Als lid van het gilde kon Leyster concurreren met haar mannelijke collega’s. Voor haar schilderijen werden vergelijkbare prijzen betaald.

Als getrouwde vrouw verschoof haar aandacht naar andere zaken. Ze schilderde minder, mogelijk omdat ze meer verdiende met de kunsthandel van haar man. Ze beheerde daarnaast verschillende panden in Amsterdam, Haarlem en Heemstede en wist zo het familiekapitaal te vergroten. Leyster was dus niet alleen een beroemd kunstenaar, maar ook een succesvol zakenvrouw.